Leerstellingen

 


 

 

Om een indruk te krijgen van de leerstellingen die Watchman Nee aanhing heb ik hieronder zijn interpretatie van Mattheüs 24 en 25 geplaatst. De serie begint met de opname van de Gemeente. Onderaan elke pagina klikt u op volgende om verder te gaan, of op terug om naar de vorige pagina te gaan. Klik op index om naar deze pagina terug te keren, en op home om naar de hoofdpagina terug te keren. 

 

Zowel Reformatorische als Arminiaanse theologen vermengen en verwarren vaak teksten over universele rechtvaardiging (Rom. 3:23-24; 5:18) en het oordeel over en loon  voor de heiligen (2 Kor. 5:10). Daarom geloven velen abusievelijk (a) óf dat de gave van het eeuwige leven weer afgenomen kan worden, (b) óf dat goede werken niet belangrijk zijn. Beide standpunten zijn onjuist. Door deze Schriftgedeelten verkeerd te interpreteren worden veel christenen misleid. En verslagen door wanhoop, of door de macht van de zonde, zijn zij dan niet in staat om straks met Christus te heersen in het Duizenjarig Rijk. Meer hierover kunt u op deze site lezen.

 

Een van de belangrijkste leerstellingen die Watchman Nee met het merendeel van de christenheid deelde is: de godheid van Christus en de drie-eenheid.

 

 

  De Grote Eindtijd Profetie in Mattheüs 24 en 25 - Inleiding - De Opname - Zie ook Partial Rapture door Robert Govett M.A.

 

  De Grote Eindtijd Profetie in Mattheüs 24 en 25 - Deel I - Rede over de Laatste Dingen

 

  De Grote Eindtijd Profetie in Mattheüs 24 en 25 - Deel II - De Vijf Wijze en  Vijf Dwaze Maagden

 

  De Grote Eindtijd Profetie in Mattheüs 24 en 25 - Deel III - De gelijkenis van de Talenten

 

  De Grote Eindtijd Profetie in Mattheüs 24 en 25 - Deel IV - Aangaande de Volkeren

 

 

Hieronder een opsomming van de leerstellingen die Watchman Nee aanhing:

 

 

 

Algemeen christelijk geloof

 

Watchman Nee geloofde en onderwees het bijbelse, fundamentele geloof dat alle ware christenen aanhangen. Hij geloofde in de goddelijke inspiratie van de Bijbel en dat de Bijbel het Heilig Woord van God is. Hij geloofde dat God een drie-eenheid is van Vader, Zoon en Geest, drie Personen, maar toch volkomen één, gelijktijdig bestaand en onafscheidelijk met elkaar verbonden, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hij geloofde dat Jezus Christus de Zoon van God is, ja God zelf, geïncarneerd als Mens met zowel een menselijke als goddelijke natuur, dat Hij stierf aan het kruis om het verlossingswerk te volbrengen, dat Hij opstond uit de dood op de derde dag, dat Hij ten hemel voer en op de Troon plaatsnam, gekroond werd met heerlijkheid, tot Heer over alle dingen gesteld werd, en dat Hij wederkomt om Zijn volgelingen tot zich te nemen, Israël te redden, en Zijn Duizendjarig Koninkrijk op te richten op aarde. Hij geloofde dat iedereen die in Jezus Christus geloofde door God vergeven is, gewassen is door het verzoenend bloed van Jezus, gerechtvaardigd is door het geloof, wedergeboren is door de Heilige Geest, en door genade gered is. Zulk een gelovige is een kind van God en een lid van het Lichaam van Christus. Hij geloofde ook dat het doel van God met elke gelovige is een integraal deel van de Gemeente te worden, welke het Lichaam van Christus is en het Huis Gods. 

 

 

Andere leerstellingen:

Het verschil tussen behoud en loon: elke gelovige die het verschil tussen behoud en loon niet duidelijk ziet, zal moeilijkheden hebben met betrekking tot vragen omtrent het eeuwige leven. Watchman Nee zag dit verschil duidelijk. Behoud is uit genade door geloof (Efeziërs 2:8), terwijl loon het gevolg is van werken overeenkomstig de wil en richtlijnen van God (Mattheüs 16:27; 1 Korinthiërs 3:14). Watchman Nee was een eens gered altijd gered Arminiaan. Arminius geloofde dat een mens enige invloed kon uitoefenen op zijn eeuwige bestemming, en dus in bepaalde mate een vrije wil had, maar hij geloofde ook dat een christen zijn redding kon verliezen. Met de vrije wil was Watchman Nee het eens, maar hij geloofde niet dat een christen nog verloren kon gaan. Vandaar dat ik er eens gered, altijd gered’ voor heb gezet. Hij volgde Arminius op het gebied van de vrije wil. Wat de uitverkiezing betreft leerde hij dat God niet kiest wie Hij wel en wie Hij niet het reddend geloof in het evangelie zal schenken, maar dat Hij van te voren weet wat wij gaan kiezen. Het is dus gebaseerd op voorkennis. Verder richt de uitverkiezing zich niet op eeuwig leven, maar op het gelijkvormig worden aan Christus. Daartoe zijn wij uitverkoren. Wie door het geloof in Christus wordt overgezet, is uitverkoren omdat hij in de uitverkoren Zoon is. De Zoon is de uitverkoren Nieuwe Mens. Wie in Hem is door het geloof is automatisch uitverkoren. Watchman Nee verwierp zowel het supralapsarisme als het infralapsarisme omdat beiden uitgaan van een bewust verwerpen door God van sommigen uit het menselijke geslacht. De Schrift leert nergens dat sommigen onveranderlijk zijn voorbestemd tot eeuwige verdoemenis. Een goed verweer tegen de dwaalleer van de alverzoening kunt u hier lezen: Eternal Suffering of the Wicked and Hades door Robert Govett.

Doop en avondmaal: de Here toonde hem dat de juiste doop die door onderdompeling is. Hij toonde hem ook hoe het avondmaal gehouden diende te worden. De doop is het getuigenis van de gelovige dat zijn oude leven is gestorven en dat hij is afgescheiden van de wereld om de Here en Zijn Lichaam toe te behoren. De Tafel des Heren is het herinneren van de dood des Heren en een getuigenis aangaande de eenheid en de gemeenschap van Zijn Lichaam. Voor het avondmaal zie Basislessen Deel 3 - Onze Samenkomsten

Universeel priesterschap: in het Nieuwe Testament is dit anders als in het Oude Testament. In het Oude Testament behoorde het toe aan de kinderen van Aäron, en was het dus een speciale klasse die boven de leken stond. Maar in het Nieuwe Testament zijn alle gelovigen priesters. In het Nieuwe Testament is er geen geestelijkheid en zijn er geen leken: allen zijn priesters.

Restitutie-theorie: de zes scheppingsdagen (van 24 uur) in Genesis zijn dagen van herstel van een door de val van Satan geruïneerde aarde (The Mystery of Creation). Hij baseert zich hier vooral ook op het boek Earth's Earliest Ages van G. H. Pember. Ook de bekende bijbelleraar F.W. Grant hing de restitutieleer aan, en zei dat deze zelfs vereist was voor de typologische visie op Genesis 1. Voor meer over de restitutie-theorie of gap-theorie zie dit artikel van Ab Klein Haneveld: restitutieleer. Deze leer vindt u ook terug in een oud boek van astronoom, geoloog en predikant James Gall: Primeval Man Unveiled - or the Anthropology of the Bible. Om dit artikel te kunnen lezen heb u de Adobe Acrobat Reader nodig. Deze is gratis te verkrijgen: download.

In 1934 en 1935 zag hij dat er slechts één gemeente in één stad of dorp behoort te zijn, bestaande uit alle wedergeborenen aldaar. Dus geen door mensen veroorzaakte scheuringen in de vorm van denominaties. De denominaties verdelen het Lichaam van Christus. (Basislessen Deel 3 - Onze Samenkomsten). 

Triniteit van de mens: een eenheid van geest, ziel en lichaam (1 Thessalonicenzen 5:23). Ook in dit aspect is de mens (contra Ouweneel) een beeld van God, die ook een drie-eenheid is.

Bedelingenleer: zeven bedelingen, en daarna de eeuwige toestand (The Mystery of Creation).

Heiliging: hij leerde niet dat zondeloze volmaaktheid op aarde mogelijk was. Hij leerde heiliging door geloof, en niet wat Wesley leerde, namelijk zondeloze volmaaktheid. Hij geloofde dat De Broeders’ hier meer licht op hadden dan Wesley. Maar hoewel hun leer volgens hem juist was, was deze te objectief en niet meer dan een soort positionele verandering. De Broeders leerden dat goud in de wereld niets bijzonders is, maar het goud dat is verwerkt in de tempel is geheiligd. Verder leerden ‘De Broeders’ dat schapen en runderen in kuddes gewoon zijn, maar eenmaal geofferd op het altaar zijn ze heilig (Matteüs 23:17, 19). Volgens ‘De Broeders’ was voedsel van de markt niets bijzonders, maar op de tafel van de christen wordt het geheiligd door gebed. Hij merkte op dat al deze dingen wijzen op een uiterlijke verandering van positie, en niets te maken heeft met een innerlijke verandering. Hij leerde dat heiliging niet slechts een positionele verandering is, maar dat het ook een verandering van het innerlijke leven ten gevolge moet hebben (Rom. 6:19, 22).

Hij wees het geestelijken-leken-systeem af, dat in de protestantse kerken nog een overblijfsel is van de rooms-katholieke kerk, omdat het de werking van de verschillende leden in Christus' Lichaam beperkt. Hij keurde dus het predikanten-ambt af (dominee - heer - versus gij zijt allen broeders). Dit geestelijken-leken-systeem kent namelijk een hierarchie, rangen en posities die voortkomen uit een menselijke organisatie. De rooms-katholieke kerk kent bischoppen, aartsbischoppen, priesters, kardinalen, en de paus (eigenlijk een voortzetting van de oudtestamentische priesterdienst). De Anglicaanse Kerk (de Kerk van Engeland) heeft dit ook. Protestantse kerken hebben dominees. Dit systeem van een geestelijken en leken is volkomen in strijd met het Nieuwe Testament en belemmert de werking van de afzonderlijke leden (de dominee weet alles en doet het meeste werk). 

Elke gemeente moet geleid worden door een raad van ervaren presbyters, oftewel oudsten.

Verschil tussen ambten en gaven. Zo zijn oudsten en diakenen geestelijke ambten, en deze zijn plaatsgebonden (Filippenzen 1:1), terwijl de gaven onder andere bestaan uit profeten, evangelisten, herders en leraren. Laatstgenoemden zijn universeel (Efeziërs 4:11).

Christus als het Leven van de christen (Kolossenzen 3:4; Romeinen 8:2): aanwezig in de geest van de christen. Alles wat een gelovige doet moet hij doen vanuit dat innerlijk leven. Elke gelovige moet leven vanuit en door dat goddelijke leven in de geest (Galaten 2:20).

Christus als overwinnend Leven van de christen: omdat Christus de satan en al het negatieve in het universum heeft overwonnen, is Zijn Leven een Leven dat overwint. Als wij leven door Christus, overwint Zijn leven in ons alle negatieve dingen voor ons.

De overwinnaars: omdat een groot deel van de Gemeente niet in de overwinning leeft, en dus niet voldoet aan Gods maatstaf, roept de Here sommigen uit de Gemeente op om overwinnaars te zijn. Dit is duidelijk te lezen in de zeven brieven aan de gemeenten in Openbaring 2 en 3. Zij behoren een voortrekkersrol te spelen. We kunnen Jozua 3 en 4 als voorbeeld nemen: bij de overtocht van de Jordaan bracht God de priesters in een plaats des doods opdat de kinderen Israëls een weg ten leven zouden hebben. De priesters waren de eersten die het water ingingen en de laatsten die er weer uitkwamen. Zij waren Gods overwinnaars. Heden ten dage zoekt God een groep mensen die, net als de priesters van weleer, als eersten in het water zullen afdalen en de dood ingaan, het werk van het kruis accepteren, en op het terrein van de dood gaan staan, zodat zij dan een levende weg bereiden voor de Gemeente.

Goddelijke gezing: hij geloofde hier in en ervoer het zelf ook. Zo werd hij onder andere door God genezen van TBC. Voor hem was genezing niet simpelweg een wondergave, maar een innerlijke ervaring, die het innerlijk leven opbouwde en versterkte. Genezing is echter niet vanzelfsprekend, en de reden moet altijd zijn dat het lichaam voor de Here is, om Hem te kunnen dienen, en niet voor onszelf; het gaat niet om ons gemak. We leven niet voor onszelf. Ook wordt niet iedereen genezen; het is geen wet van Meden en Perzen.

Het gezag van de Heilige Geest in het Lichaam: omdat de Gemeente een organisme is, moet de Heilige Geest gezag hebben over alles, in elk aspect. Alle activiteit in het Lichaam moet onder het gezag en de leiding van de Heilige Geest staan.

Migratie: hij zag in de Handelingen dat er twee manieren waren om het evangelie te verspreiden: door apostelen uit te zenden, en door de migratie van gelovigen (Handelingen 8:4). Onder zijn bediening werden beide methoden gebruikt om het evangelie te verspreiden.

Het Koninkrijk: Watchman Nee zag de Nieuwtestamentische waarheid van het Koninkrijk in zijn volle diepte. Hij zag dat het Nieuwe Testament onderscheid maakt tussen het Koninkrijk der Hemelen en het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God omhelst  de universele heerschappij van God in heel het universum van eeuwigheid tot eeuwigheid, maar het Koninkrijk der Hemelen is kleiner in reikwijdte, het is een sfeer van invloed binnen het eeuwige Koninkrijk van God; het is de heerschappij van de hemel onder gelovigen in de huidige bedeling (Matthüs 5:3, 10) en een beloning in de komende bedeling van het Duizendjarig Rijk (Mattheüs 5:20; 7:21). Alle wedergeboren kinderen Gods bevinden zich in het Koninkrijk van God (Johannes 3:5), maar alleen zij die een leven onder hemelse heerschappij leven, zullen het Duizendjarig Rijk als loon ontvangen. Het Koninkrijk van God is gerelateerd aan behoud; het Koninkrijk der Hemelen is gerelateerd aan loon.

Het centrale en universele van Christus: in 1933 en 1934 zag hij dat Christus centraal stond in Gods eeuwig voornemen. Zowel in het universum als in het leven van de christen moet Christus de eerste plaats innemen (Kolossenzen 1:18). Ook zag hij dat Christus alles in allen is, samengevat in de nieuwe mens, de Gemeente (Kolossenzen 3:10-11).

De afval binnen het christendom: niet lang nadat hij de Bijbel begon te bestuderen ontdekte hij hoe anders het christendom was dan het Nieuwe Testament het bedoelde. De Here toonde hem dat het christendom op bijna elk punt was afgedwaald van de weg die God de Gemeente in Zijn Woord had gewezen.

Mysticisme: sommigen verdenken Watchman Nee van mysticisme omdat hij zegt dat we kunnen leren van Madame Guyon en Broeder Lawrence. Maar in de volgende passage in The King and the Kingdom of Heaven zegt Watchman Nee: Bij de oefenening in de godsvrucht willen sommige christenen leren van Madame Guyon en Broeder Lawrence. Dat is goed. Maar ze maken dan vaak de fout tot passiviteit te vervallen en dat is betreurenswaardig. Op welke manier vervallen zij tot passiviteit? Zulke gelovigen genieten zo van de aanwezigheid van God dat zij niet meer horen wat andere mensen zeggen. Zij begrijpen de gedachten van andere mensen niet meer en zij hebben geen aandacht meer voor anderen. Hoe reageerde Broeder Lawrence in een drukke en luidruchtige omgeving? Zou het voor de mensen niet erg lastig zijn wanneer zij een lepel krijgen als zij om een bord vroegen? Of als zij iets zeggen en het wordt niet eens gehoord? Of als ze iets drie keer moeten zeggen voordat het begrepen wordt? Wanneer de oefening van de godsvrucht tot passiviteit leidt, is dat abnormaal’ (pag. 121). Webmaster: helaas zijn er redenen om aan te nemen dat er bij Madame Guyon sprake was van een bepaalde mate van passiviteit. Dit wordt duidelijk als zij spreekt over de wijze waarop zij boeken schreef onder leiding van de Geest’. Zij zegt dat haar hand de pen soms vliegensvlug over het papier liet bewegen; zo snel dat zij het gevoel had er zelf geen controle over te hebben. Dit doet mij denken aan spiritistisch schrift. We zijn er natuurlijk niet bij geweest en moeten dus voorzichtig zijn met het vellen van een oordeel, maar uit wat zij zelf zegt kunnen wij de voorlopige conclusie trekken dat niet alles zuivere koffie was.