Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd


Wat is Gods Werk?


Hoofdstuk 1 uit "Gods Werk" - Door Watchman Nee


 

Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, 14 maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.

Maar als medewerkers (Gods) ..... (II  Kor 6:1).

 

God heeft Zijn werk. Dat werk is niet het uwe of het mijne, noch van een zendingsorganisatie, of van een bepaalde groep. Het is Gods eigen werk. Genesis 1 laat ons zien dat God werkte en vervolgens rustte. In het begin schiep God licht, levende wezens, de mens, enz. Niemand dan Hij alleen kon dit scheppingswerk verrichten. En zo heeft Hij ook vandaag de dag Zijn werk, hetgeen niet het werk van een bepaald mens is, en waartoe ook geen mens in staat is het te doen. Gods werk kan door niemand anders dan Hemzelf worden gedaan. Hoe eerder we dit beseffen hoe beter het is. Want de werken van de mens, zijn gedachten, zijn methoden, zijn ijver en ernst, zijn inspanningen en onophoudelijke activiteiten hebben geen enkele plaats in wat God aan het doen is.
De mens kan nu net zo min deel hebben aan Gods werk als destijds bij de schepping. Paulus zegt in de brief aan de Filippenzen: “of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben.” De Here Jezus heeft een speciale bedoeling, een doel, met het ons “grijpen” - en dát doel is hetgeen wij willen grijpen, willen bereiken. Hij heeft een doel, en dat doel is dat Hij òns voor Zichzelf zou hebben opdat wij Zijn medewerkers zouden zijn. Desalniettemin blijft overeind staan dat Gods werk niet door ons kan worden gedaan, daar het alles volledig en alleen Zijn werk is. Maar aan de andere kant zijn we Zijn medewerkers. Dus aan de ene kant kunnen we het werk van God met nog geen vinger aanraken en aan de andere kant worden we tóch door Hem geroepen om zijn medewerkers te zijn! En dìt is het waarvoor Hij beslag op ons gelegd heeft. Er steekt een duidelijk doel achter Gods reddingsplan - de Heer heeft een duidelijke bedoeling met onze redding - namelijk, dat Hij ons als Zijn medewerkers zou hebben.

 

 

Wat is Gods Werk?

 

Wat ìs nu het werk van God? Efeziërs laat ons dit duidelijker zien dan ieder ander boek van het Nieuwe Testament. Vers 4 van hoofdstuk één zegt: “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht;” en in 2:7 lezen we: “Om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” Daarnaast zegt 1:9 nog het volgende: “door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen.” In de samenkomst zijn vaak mensen die opstaan en spreken vanuit hun eigen denken. Zij spreken niet in de Geest maar zij “zitten er naast.” Wat zij zeggen heeft weinig tot geen waarde. Maar in Gods schepping zoals Hij die ontworpen heeft zit niets “er naast.” Alles is voor de Zoon, alles is uit Christus en tót - of vóór - Christus. Er is niéts buiten Hem. Want God heeft alles besloten in Christus: “want in Hem zijn alle dingen geschapen ..... Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” (Kol. 1:16). In het plan van God is harmonie het trefwoord. God gaat alle dingen in Zijn schepping op dit niveau brengen, in een toestand van volkomen harmonie. Maar wij kunnen in dit alles niets doen; God doet dit alles en zal het ook doen.

 

 

Wie is Gods Medewerker?

 

Gods medewerker is de Gemeente. In twee verzen in Efeziërs die we al eerder aangehaald hebben kunnen we een blik werpen in de twee eeuwigheden: (1) “Hij heeft ons in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld;” en (2) “om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” En de naam van het “vat” waardoor dit gedaan zal worden is “het Lichaam van Christus,” dat het vat is waar Christus in aanwezig is. Wie is dan nu eigenlijk een medewerker van God?
Welnu, het is niet iemand die graag wil werken voor God, iemand die een nood ziet en die nood wil gaan lenigen; het is zelfs niet iemand die er voor zorgt dat er mensen gered worden; het is eerder iemand die doet wat God voor hem uitgezocht heeft in Zijn eeuwig plan, en die vervolgens dát alleen doet. Wanneer wij werkelijk gaan zien waarvoor wij door Christus Jezus gegrepen zijn, dan worden al onze activiteiten en al onze vroegere werken volledig aan stukken geslagen.
Het streven van God en Zijn doel in alles is: Zijn Zoon te openbaren, om “de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” Dit is Zijn eeuwig doel. Is dit uw streven (doel) in het werk waar u op dit moment mee bezig bent? Als het minder dan dat is, dan bent u niet Gods medewerker. U zult wellicht de vraag stellen: hoe weet ik of ik met God samenwerk? Die vraag kan makkelijk beantwoord worden. Wordt u bevredigd door het werk wat u doet? Als u Gods hart niet bevredigd, zult u zelf ook niet bevredigd worden. Het is geen zaak van uw werk vergelijken met dat van een ander.
Het gaat erom of het werk wat u doet al of niet goed is in zichzelf - dat wil zeggen, goed in Gods ogen, acceptabel voor Hem, uit Hem en in overeenstemming met Zijn eeuwig voornemen. Paulus zegt: “of ik het ook mocht grijpen, waartoe (zie noot Telos-vertaling) ik door Christus Jezus ook gegrepen ben.”
We hoeven niet om ons heen te kijken om anderen te bekritiseren, onszelf afvragende of het mogelijk is dat de anderen het allemaal verkeerd zien en alleen wij weinigen het bij het juiste eind hebben. Dit is krenkend en van generlei waarde. Kijk niet naar de anderen. Laten wij er zeker van zijn dat we “jagen naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.”

 

 

Wat is de Gemeente?

 

Als wij hier op aarde gaan zoeken naar iets - een kerk, een getuigenis, een beweging, een leer, een uiterlijk zichtbaar en concreet iets, dan zullen we merken dat het meteen een “technisch christendom” wordt. Het is iets louter aards - dood en nutteloos. Nu is het Lichaam van Christus levend en geestelijk. Maar als het dood is wordt het meteen een ding. Wij moeten gewoon een graankorrel zijn die in de aarde valt en sterft, om vervolgens een oogst voort te brengen. Dit wordt telkens weer herhaald en herhaald en herhaald door de eeuwen heen. Het blijft voor altijd en eeuwig een hemelse zaak; er komt nooit iets aards bij aan te pas. De Gemeente is niet een verzameling Joden, heidenen, Britten, Amerikanen, Chinezen, enz. Immers, zegt Kolossenzen niet: “waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus” (3:11)? Mensen denken dat wij, om de hemel binnen te kunnen gaan, allemaal afzonderlijk een stukje van Christus in ons moeten hebben, waardoor wij worden binnen gelaten. Dit is echter een verschrikke­lijke misvatting. Want in “de poort” van de hemel staat het kruis, en aan dat kruis werden u en ik en ieder ander mens gekrui­sigd. Iedere Jood, iedere Griek, iedere Brit, iedere Amerikaan, iedere Chinees, enzovoorts, werd gekruisigd en kwam nooit in de hemel. Het enige dat in de hemel komt is Christus, niets van ons zal ooit in de hemel komen. Welnu, dat is de Gemeente. Alles in ons wat Christus is of van Christus is de Gemeente; alles wat er van onszelf in ons is - alles wat niet Christus zelf in ons is - is niet de Gemeente en zal nooit in de hemel komen maar zal integendeel worden vernietigd. Dát in ons wat het zuivere onvermengde leven van Christus is, is alles wat God ooit zal erkennen en het enige waarmee Hij te maken wil hebben. Dit is het enige element dat kan samenwerken met God.