Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd


Gods Plan


Hoofdstuk 1 uit "Gods Plan en de Overwinnaars" - Door Watchman Nee


 

 

Het Centrale en Universele van Christus

"Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!"
(Matt. 16:16).
"Alles en in allen is Christus" (Col. 3:11).
"Zodat Hij onder alles de eerste geworden is" (Col.
1:18).
"Het geheimenis Gods ... Christus" (Col. 2:2)
"Want wij prediken ... Christus Jezus als Here" (11
Cor. 4:5).


 

 

 

De betekenis van "centraal"

Waarom bestaat alles? Waarom zijn er engelen? Schiep God dit alles zomaar, onverhoeds? Of is alles geschapen volgens Gods plan? Waarom verkiest God de mens, zendt Hij profeten, geeft Hij de Redder, schenkt Hij de Heilige Geest, bouwt Hij de Gemeente en vestigt Hij het koninkrijk? Waarom zorgt Hij er voor dat het Evangelie gepredikt wordt tot aan de einden der aarde opdat zondaars gered worden?
Waarom moeten wij zondaars bereiken en de gelovigen opbouwen? Sommigen maken van de doop, het spreken in tongen, het uit de denominaties treden - of het loslaten van het principe van de denominaties -, heiligheid, het houden van de Zondag, of wat dan ook, het centrale punt. Maar wat is Gods centrale punt? Hij heeft met het werk dat Hij doet een duidelijk doel voor ogen. Maar wat is het doel van òns werk? Wij moeten eerst een duidelijke visie hebben voordat ons werk een doel kan hebben. Tenzij wij zien wat Gods centrale punt is, wat Hij in het midden stelt, zal ons werk geen doel hebben. De waarheden van God zijn allemaal met elkaar verbonden. Er is een centrum waarnaar alle waarheden verwijzen. Wat is de draad die door alle waarheden van God geweven is? Wat is Gods allesomvattende waarheid?

Wie is de Here Jezus? We zouden allemaal waarschijnlijk zeggen dat Hij onze Redder is. Maar hoe weinigen zijn er die net als Petrus kunnen antwoorden: "de Christus Gods" (Luc. 9:20). Het centrum van Gods waarheden is Christus. Het middelpunt van God is niets anders dan Christus - "het geheimenis Gods ... Christus," schreef Paulus. Een geheimenis is datgene wat in Gods hart verborgen is. Nog nooit had God aan iemand verteld waarom Hij alle dingen, inclusief de mensheid, geschapen had. Gedurende een lange tijd bleef dit een geheimenis. Later echter openbaarde God dit geheimenis aan Paulus opdat hij het uiteen zou zetten. Dit geheimenis zo verklaarde de apostel, is Christus. De Here Jezus is zowel de Christus Gods als de Zoon Gods. Op het moment dat Maria zwanger zou worden zei de engel Gabriël tegen haar dat het kind dat geboren zou worden de Zoon van God zou zijn (Luc. 1:35), terwijl hij op het tijdstip van de geboorte aan de herders verkondigde dat het nieuwgeboren kind, Christus de Here was (Luc. 2:11). Petrus erkende Jezus als de Christus Gods én de Zoon Gods (Matt. 16:16). Door Zijn opstanding uit de doden werd aangetoond dat Jezus Christus onze Here, de Zoon van God is (Rom. 1:4). Tevens werd Jezus vanwege de opstanding door God tot Here én tot Christus gemaakt (Hand. 2:36). Door te geloven in Jezus als de Christus Gods en de Zoon Gods kan de mens het leven verkrijgen in Zijn naam (Joh. 20:31). In Zichzelf, voor zover het Zijn plaats in de Godheid betreft, is Hij de Zoon van God. Maar in Gods plan en door Gods werk is Hij de Christus Gods, omdat Hij gezalfd is door God. Van eeuwigheid tot eeuwigheid is Hij de Zoon van God. Hij werd pas Christus toen God Zijn plan maakte. Het doel van God heeft de Zoon als middelpunt, "opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen;" ook het plan van God heeft de Zoon als middelpunt, opdat "maar Christus is alles en in allen" realiteit zal worden (Col. 1:18, 3:11, Telos). God schiep alle dingen, inclusief de mensheid, om Zijn heerlijkheid te openbaren. Vandaag openbaren de gelovigen een klein beetje van Christus. Maar er komt een dag waarop alle dingen Christus zullen openbaren, omdat dan het hele universum vol zal zijn van Hem. God schiep alle dingen met het verlangen dat alles Christus zou openbaren. Hij schiep de mens met het verlangen dat deze als Zijn Zoon zou zijn, hebbende het leven en de heerlijkheid van Zijn Zoon, opdat Zijn enig geboren Zoon de eerstgeborene zou zijn onder Zijn vele zonen. God schiep en verloste de mens voor Christus. Door de verlossing van de mens wordt het doel van de schepping bereikt - het alsnog bereiken van dit doel is de reden van de verlossing van de mens. Christus is de Bruidegom, wij zijn de bruid. Hij is de hoeksteen, wij zijn de vele levende stenen van het gebouw. God schiep ons om het hart van Christus te bevredigen. Als wij zien welke relatie de Christus met ons heeft brengen wij dank aan God. Als wij zien welke relatie Gòd met de Christus heeft prijzen wij Hem. Het is duidelijk dat Christus Gods middelpunt is want Gods hele voornemen is op Hem gericht. Nu zitten er twee aspecten aan Gods voornemen, te weten: (1) dat alle dingen de heerlijkheid van Christus zullen openbaren, en (2) dat de mens als Christus zal zijn, hebbende Zijn leven en heerlijkheid.

 

 

 

 

 


Gods Overwinnaars


Gods Eeuwig Plan en de Gemeente


 

"... de gemeente, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult" (Ef. 1:23, Telos).

 

Gods eeuwig plan

 

Al lang voor de schepping bedacht God een eeuwig plan. Zoals we al eerder gezegd hebben dient Zijn plan een tweeledig doel, te weten: (1) dat alle dingen Christus zullen openbaren, en (2) dat de mens aan Christus gelijkvormig zal worden gemaakt, dat is, dat de mens het leven en de heerlijkheid van Christus zal hebben. Bij het realiseren van dit tweeledig doel heeft God echter twee problemen die dit in de weg staan, te weten: (1) de rebellie van Satan, en (2) de val van de mens. In vroegere tijden was er een aartsengel die, toen hij zag dat Christus het centrum van alle dingen was, door zijn trots jaloers werd. Hij wilde zichzelf verhogen en zich aan de Zoon van God gelijkstellen. Omdat hij vastbesloten was voor zichzelf de centrale plaats van Christus te veroveren verviel hij tot rebellie. Een derde van de engelenscharen volgde hem in zijn rebellie tegen God. Zelfs de schepselen op aarde volgden. De rebellie van Satan bracht een totale chaos teweeg in alle dingen, zodat het voor de dingen niet meer mogelijk was Christus te openbaren. De dingen kunnen vandaag dan nog wel Gods heerlijkheid verkondigen (Ps. 19:1), maar ze kunnen beslist God zelf niet meer openbaren.

God schiep de mens dus (1) opdat deze, doordat hij het leven en de heerlijkheid van Christus had, en de heerschappij over alle dingen hem gegeven was, alle dingen weer tot God terug zou brengen; en (2) door zijn vereniging met God hij door God gebruikt zou kunnen worden om af te rekenen met de rebellie van Satan. Maar helaas, de mens viel. Wil Gods tweeledig doel dus worden bereikt, dan moet God (1) de gevallen mensheid verlossen, en (2) de rebellie van Satan tenietdoen. Om Gods tweeledig doel te verwezenlijken en de twee problemen van God op te lossen, daalde de Here Jezus neer uit de hemel om mens te worden en het verlossingswerk te volbrengen. Hij is zowel de Christus aller dingen als de Christus der mensheid. Hij is centraal zowel als universeel. Universeel wil zeggen: datgene wat niet begrensd wordt door tijd en afstand. Christus is niet alleen de Christus der Joden en de Christus der Gemeente, Hij is de Christus aller dingen. Hij is alles, en in allen. De verlossing van Christus heeft drie belangrijke kenmerken: die van (1) plaatsvervanging - voor de individuele gelovige; (2) vertegenwoordiging - voor de Gemeente; en (3) hoofdschap (leiding) - ten aanzien van alle dingen. Christus is het Hoofd en daarom zijn alle dingen in Hem inbegrepen en is de dood van Christus een alles omvattende dood. Toen dus het Federale Hoofd stierf, stierven alle dingen die bij het Hoofd inbegrepen waren ook. Zijn dood als Federaal Hoofd heeft alle dingen, inclusief de mensheid, in de dood gebracht, waardoor Hij alle dingen, inclusief de mensheid, verzoend heeft met God. Christus heeft ieder probleem aan het kruis opgelost. Daar heeft Hij de kop van de slang vermorzeld. Hij heeft Satans rebellie tenietgedaan en al zijn werken verbroken. Daar heeft Hij ook de gevallen mensheid verlost en alle dingen met God verzoend. Door het kruis brengt Hij Zijn leven in de mens opdat deze Hem gelijk zal zijn. Samenvattend kunnen we zeggen dat Christus door het kruis Gods tweeledig doel verwezenlijkt heeft en de twee grote problemen van God heeft opgelost.

 

 

De positie en verantwoordelijkheid van de Gemeente

 

Welke plaats of positie geeft God aan de Gemeente? Wat is de taak die God de Gemeente op aarde toevertrouwd? Waarom staat Hij toe dat Satan, wiens kop reeds vermorzeld is, nog op aarde blijft? God laat de Gemeente niet alleen op aarde achter om het evangelie te verkondigen tot redding van zondaren, maar ook om de overwinning van Christus, die Hij aan het kruis behaald heeft, te tonen. Hij staat Satan toe op aarde te blijven om de gelovigen de kans te geven de overwinning van Zijn Zoon te bewijzen. Hij verwacht van ons dat wij de overwinning van Zijn geliefde Zoon openbaar maken. Dientengevolge maakt een gelovige die de nederlaag lijdt God te schande. De Gemeente is het lichaam van Christus. En het lichaam behoort het werk van het Hoofd te verrichten. De Gemeente is de volheid van Christus. Doordat Christus "overstroomt," is de Gemeente er; zij vloeit voort uit Hem.
De taak van de Gemeente is het voortzetten van wat al gedaan en geleerd is, zoals dat beschreven is in de vier evangeliën. We vinden drie hoofdzaken in het Nieuwe Testament, te weten: (1) het kruis, (2) de Gemeente, en (3) het koninkrijk. Aan het kruis heeft Christus de verlossing tot stand gebracht en de overwinning behaald. Het koninkrijk moet de verlossing en overwinning van Christus openbaren. Maar ondertussen moet de Gemeente dat wat Christus aan het kruis heeft volbracht hier op aarde handhaven. Het kruis spreekt van Gods wettig oordeel. Het koninkrijk moet de uitoefening van Gods gezag en macht openbaren. Maar de Gemeente staat tussen deze twee in om te bevestigen wat het kruis volbracht heeft en om een voorsmaak te hebben van de krachten van het duizendjarig koninkrijk (zie Hebr. 6:5). Satan kan de persoonlijke Christus niet overwinnen. Maar hij kan de persoonlijke Christus wel te schande maken door de collectieve Christus (de Gemeente), omdat de nederlaag van het lichaam gezien kan worden als de nederlaag van het Hoofd. En het falen van één van de leden wordt gezien als het falen van het gehele lichaam. Wij zijn de aanvulling op Christus ("... zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben ..." Jes. 53:10), net zoals wij daarvoor het "verlengstuk" van Adam waren. God laat ons nog hier op aarde om Zijn eeuwig plan te vervullen en Zijn voornemen der eeuwen te bereiken. Voordat de ark naar Jeruzalem gebracht werd verbleef hij in het huis van Obed-Edom (II Sam. 6). Moge het zo zijn dat wij getrouw zorg dragen voor het bloed (het werk van Christus), en de cherubs (de heerlijkheid van God), die beide verbonden zijn met de ark.