Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd
Gods Wil
Les 44 uit Heb elkander lief - door Watchman Nee
We gaan ons nu bezig houden met de vraag hoe een jonggelovige de wil van God kan leren kennen. Dat is erg belangrijk, omdat het gebrek aan kennis van Gods wil een negatief effect heeft op de dienst aan God. Vóór iemand christen wordt, volgt hij de lusten van het vlees en het verstand. Van nature was hij een kind des toorns. Omdat hij alleen zichzelf diende, probeerde hij zichzelf in alles te bevredigen. Hij deed alles om zichzelf gelukkig te maken. Maar nadat hij in de Here gelooft, erkent hij Jezus van Nazareth als zijn Here en wil hij Hem dienen. Omdat hij verlost is, behoort hij niet langer zichzelf toe. Hij belijdt dat hij, nu hij gekocht is met een prijs, van de Here is, en dat hij Hem wil dienen. Om die reden ondergaat een kind van God en drastische verandering in zijn leven vanaf de dag waarop hij gered is. Vóór zijn redding werd hij gefrustreerd als hij niet kon doen wat hij wou, maar werd hij blij als hij kon doen wat zijn hart hem ingaf. Maar nu heeft hij een ander ‘middelpunt’, want hij heeft nu een Heer.
Als hij na zijn redding nog steeds zijn eigen wil volgt, zal zijn hart niet bevredigd worden; integendeel, hij zal zich juist erg ongelukkig voelen. Na uw redding ontdekt u dat de reden waarom uw hard niet bevredigd is, gezocht moet worden in het volgen van uw eigen wil. Hoe meer u dingen doet die u zelf leuk of fijn vindt, des te ongelukkiger zult u zich voelen. Maar als u in plaats van uw eigen wil te volgen, God leert te volgen door het nieuwe leven in u, zult u vrede en vreugde hebben. Dat is een heerlijke verandering. Gods wil doen is een vreugde. Denk nooit dat het volgen van uw eigen wil u vreugde zal verschaffen. De weg naar vreugde ligt niet in het volgen van uw eigen wil, maar in het volgen van Gods wil. Het leven dat we hebben ontvangen vraagt ons aan één belangrijke eis te voldoen: wandelen naar Gods wil. Hoe meer we Gods wil doen, des te meer vreugde we hebben. Hoe minder we onze eigen weg volgen, des te meer we Gods weg kunnen bewandelen. Wanneer we niet onze eigen gedachten volgen, zullen we een hemels leven leiden in Gods tegenwoordigheid. Maar wanneer we onze eigen wil volgen, zal het moeilijker worden. Vreugde ligt in gehoorzaamheid, niet in eigenwil. Dat is iets wat men jonggelovigen moet duidelijk maken. Op het moment waarop we in de Here geloven, vindt er een werkelijke verandering plaats in ons diepste innerlijk. De eerste vraag die we ons dan stellen is: ‘Wat moet ik doen Here?’ Paulus stelde deze vraag, en dus stellen wij hem ook. Altijd als er zich een probleem aandient in ons leven, moeten we onszelf vernederen onder de machtige hand van God en moeten we tegen Hem zeggen: ‘Niet mijn wil, maar de Uwe geschiedde.’ Ongeacht hoe moeilijk de omstandigheden zijn of hoe zwaar de beproeving is, wij moeten gehoorzaamheid leren door te zeggen: ‘Here, niet mijn wil, maar de Uwe.’ Of het nu beslissingen betreft die onze toekomst beïnvloeden, of beslissingen aangaande de weg die we moeten kiezen in een bepaalde situatie; we moeten het voor de Here leggen en zeggen: ‘Here, niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde.’ Broeders, zodra u christen wordt, moet u leren Gods wil voor uw leven en omstandigheden te aanvaarden. Alleen Zijn wil moet alles regeren. Geen enkel christen zou moeten leven volgens zijn eigen ideeën. U zullen vele zwerftochten bespaard blijven als u zacht en buigzaam bent voor God en van het begin af aan leert u aan Zijn wil onderwerpen.
De reden waarom velen falen in hun christelijk leven is dat zij hun eigen wil volgen. Bedenk dat een levenswandel waarin u alleen uw eigen wil volgt alleen maar zorgen en geestelijke armoede oplevert. Uiteindelijk zal God u toch wel zover krijgen dat u Zijn wil doet, maar Hij zal daarvoor bepaalde middelen moeten aanwenden, bijvoorbeeld door bijzondere omstandigheden te gebruiken of door u een ongewone ‘behandeling’ te geven. Als u niet Zijn kind zou zijn geweest, zou Hij u kunnen laten gaan. Maar omdat u Zijn kind bent, zal Hij u op Zijn eigen manier op de weg van gehoorzaamheid leiden. Al uw ongehoorzaamheid zal alleen maar maken dat u onnodig lang rondzwerft. Uiteindelijk zult u toch gehoorzamen.
Hoe men Gods wil leert kennen
Hoe kunnen wij Gods wil leren kennen? We maken zo vaak fouten. Het is niet gemakkelijk voor ons aardbewoners om Gods wil te leren kennen. Maar er is één troost: niet alleen wijzelf willen graag Gods wil doen, maar ook God zelf wil dat wij Zijn wil doen. Wij zoeken Gods wil, en God roept ons ook op om Zijn wil te kennen. Omdat Hij wil dat wij Zijn wil doen, zal Hij ons zeker in staat stellen die wil te verstaan. Het is daarom aan God om Zijn wil aan ons te openbaren. Geen enkel kind van God hoeft zich er zorgen over te maken hoe hij Gods wil kan doen als hij die niet kent. Hoewel het erg moeilijk is om achter Gods wil te komen, is het echt niet nodig zich er zorgen om te maken. Op één of andere wijze zal God Zijn wil aan ons bekend maken. Omdat God wil dat wij Zijn wil doen moeten wij leren geloven dat Hij ons Zijn wil zeker zal openbaren. Hij zal de juiste middelen gebruiken om ons te laten zien wat die wil is. De verantwoordelijkheid van de Meester is Zijn wil te openbaren aan de dienstknechten; de dienstknechten moeten vervolgens gehoorzamen. Wanneer onze houding er één van gehoorzaamheid is, wanneer het onze bedoeling is te gehoorzamen, dan zullen wij zien dat de Here de verantwoordelijkheid op Zich neemt en ons Zijn wil te openbaart. Ware dat niet zo, dan zou Hij er verantwoordelijk voor zijn als wij iets fout zouden doen. Jonggelovigen moeten daarom leren vertrouwen dat God Zijn wil aan hen openbaart. Op wat voor manieren kun je achter Gods wil komen? Er zijn drie dingen waar u op moet letten. Wanneer deze drie factoren op één lijn liggen dan kunt u er vrij zeker van Zijn wat Gods wil is. Maar als deze drie factoren niet met elkaar in overeenstemming zijn, als er één is die niet in harmonie is met de andere twee, dan weet u dat u moet blijven wachten voor Gods aangezicht tot u meer zekerheid hebt.
Wat zijn die drie factoren? De eerste is de omstandigheden; de tweede is de innerlijke leiding van de Heilige Geest; de derde is de leer der Schrift. Ze hoeven natuurlijk niet noodzakelijkerwijze in deze volgorde te staan; het betekent gewoonweg dat we ze alle drie nodig hebben, en dat, als ze met elkaar in overeenstemming zijn en ze een eenduidig getuigenis geven, u kunt zeggen dat u Gods wil kent in een bepaald geval. Telkens wanneer er één is die niet in overeenstemming is met de andere twee dan weet u dat u geen haast moet maken maar er beter aan doet te wachten. Waar het om gaat is dat u geen haast moet maken en niets moet forceren. Onderneem alleen iets als deze drie factoren allemaal het groene licht geven.
1.
De omstandigheden
Laten we eerst eens kijken naar het aspect van de omstandigheden. De Bijbel zegt ons: ‘Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit?’ (Matt. 10:29). Op een andere plaats staat: ‘Worden niet vijf mussen verkocht voor twee duiten?’ (Luc. 12:6). Rekenkundig klopt dit niet. Als één duit genoeg is voor twee mussen dan kun je voor twee duiten vier mussen kopen, en geen vijf. Maar de Here zegt dat men voor twee duiten vijf mussen kan kopen. Dat toont aan hoe goedkoop mussen waren. Eén duit voor twee mussen, twee duiten voor vijf mussen; de extra mus werd er gratis bij gedaan. Maar zelfs deze vijfde mus kon niet ter aarde vallen buiten de wil van God om. Ik wil het niet hebben over de eerste of de tweede mus, maar over de vijfde. Tenzij het Gods wil is, kan deze vijfde mus niet ter aarde vallen – ook al werd hij gekocht zonder prijs, gewoon gratis toegevoegd aan de andere mussen. De Bijbel laat ons dus zien dat al onze omstandigheden, alles wat er in onze omstandigheden gebeurt, uitdrukkingen zijn van Gods wil. Geen mus valt naar beneden buiten de wil van de hemelse Vader om. Wanneer u dus een must op de grond ziet liggen hebt u een ontmoeting met de wil van God. Laten we het menselijk haar als voorbeeld nemen. De gemiddelde Afrikaan heeft ongeveer tachtigduizend tot negentigduizend haren; Chinezen hebben ongeveer honderdduizend tot honderdtienduizend haren; mensen met lichtgekleurde haren hebben gemiddeld honderdtwintigduizend haren. Mensen hebben dus gemiddeld tachtigduizend tot honderdtwintigduizend haren. Elke dag vallen er vele haren uit ons hoofd en groeien er ook weer vele aan. Sommigen menen dat ons haar eens in de zeven jaar volledig verandert. Maar onze Here zegt: ‘gij kunt niet één haar wit maken of zwart’ (Matt. 5:36) zonder de wil van de Vader. Hij zegt ook: ‘En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld’ (Matt. 10:30).
Niemand weet hoeveel haren hij op zijn hoofd heeft. Wie heeft ooit zijn haren geteld? God heeft dat echter wel gedaan; Hij heeft ze alle geteld. Niemand kan de kleur van zijn haar op natuurlijke wijze wit of zwart maken; de wil van God is nodig om zo’n verandering tot stand te laten komen. Jonggelovigen moeten leren Gods wil te leren kennen door middel van hun omstandigheden. Niets in ons leven gebeurt toevallig. De gebeurtenissen van elke dag zijn van tevoren uitgezocht en afgemeten door de Here. Wij moeten zien dat alles in ons leven – gebeurtenissen, familie, echtgenoten, echtgenotes, kinderen, schoolkameraden, kennissen – voor ons gearrangeerd is door de Here. De dingen die ons dagelijks overkomen gebeuren allemaal onder de regie van de Vader. We moeten leren Gods wil te zien in onze omstandigheden. Dat is de eerste factor. Veel jonggelovigen hebben nog niet geleerd hoe ze geleid kunnen worden door de Heilige Geest; ze weten waarschijnlijk nog niet veel van de Bijbel. God is echter ook dan nog in staat ze te leiden, want ze zijn in ieder geval in staat Gods hand te zien in hun omstandigheden. Dat is de eerste stap.
‘Weest niet als een paard, als een muildier zonder verstand, welks trots men bedwingt met toom en bit, opdat het u niet te na kome’ (Ps. 32:9). Soms lijkt het erop alsof God ons in bedwang moet houden met toom en bit omdat we anders gaan dwalen. Wij zijn onwetend als het paard en het muildier die door toom en bit in bedwang moeten worden gehouden. Als jonggelovigen kunnen wij als volgt bidden: ‘Here, ik ben zo onwetend als het muildier.’ Zelfs oudere broeders en zusters kunnen bidden: ‘Here, ik ben slechts een muildier zonder verstand.’ Uw woord is me niet helemaal duidelijk en Uw leiding versta ik niet altijd. Houd me alstublieft in bedwang met toom en bit en sta me niet toe te dwalen.’ Vertrouw uzelf toe aan de Here en geloof dat Hij u tot gehoorzaamheid zal brengen door u in bepaalde omstandigheden te plaatsen. Hij is in staat dat te doen. Hebt u ooit gezien hoe een eendenboer zijn lange stok gebruikt als hij zijn eenden voortdrijft? Hij gebruikt een stok van meer dan zes meter lang. Met deze stok houdt hij zijn eenden op de te volgen weg. Als de eenden naar rechts of naar links gaan dan tikt hij ze aan zodat ze terug gaan. Zo kunt u zich ook aan de Here overgeven en zeggen: ‘Here, ik ben als een paard, ik ben als een muildier zonder verstand. Maar ik wil niet dwalen. Hoe goed zou het zijn als ik Uw wil kende. Maar omdat ik die niet ken vraag ik U mij in bedwang te houden met toom en bit. Ik heb zo weinig inzicht dat ik weg zal rennen zodra U de teugels laat vieren. Ik vraag U mij te omringen en ervoor te zorgen dat ik uw wil doe. Wanneer ik weg wil rennen wilt U daar dan een stokje voor steken en de teugels strak trekken? Hoewel ik niet veel weet, weet ik wel wat pijn is. Doe dus iets als ik Uw wil niet aanvaard.’
Negeer uw omstandigheden niet. Wij moeten ons overgeven aan de omstandigheden die de Here in ons leven gebracht heeft. Ook al zijn we als een paard of muildier, zonder verstand, oneervol; het in bedwang gehouden worden door God is iets zeer eervols. Ik weet niet wat uw ervaring is, maar ik denk vaak dat het probleem met vele nieuwe broeders en zusters is dat zij zich onophoudelijk verzetten tegen hun omstandigheden. Zij willen zich niet onderwerpen; zij zullen veeleer vechten om hun huidige omstandigheden te veranderen of er aan te ontsnappen. Zulke mensen zullen zich alleen maar verwonden. Als zij hadden geleerd zich te onderwerpen aan hun omstandigheden dan zou hun weg veel gemakkelijker zijn. Bedenk dus dat de omstandigheden die de Here in uw leven gebracht heeft voor u de juiste omstandigheden zijn. Verzet u niet tegen het werk van de Here in uw omstandigheden.
2.
Leiding door de Heilige Geest
We hebben gezien hoe Gods hand openbaar wordt in onze omstandigheden. God wil niet dat wij wandelen als een paard of muildier dat geen verstand heeft. Hij zal ons leiding geven in ons hart. ‘Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods’ (Rom. 8:14). Wie kunnen door de Geest Gods geleid worden? De zonen van God, want de Heilige Geest is in ons hart en van daaruit leidt Hij ons. God leidt ons niet alleen door onze omstandigheden maar ook door Zijn leven in onze geest. Bedenk dat de Heilige Geest in ons woont; wij hebben Hem in ons binnenste. Daardoor kan God Zijn wil aan ons duidelijk maken in de diepte van ons wezen.
Wat is de leiding van de Heilige Geest? De profeet Ezechiël vertelt ons dat God ons een nieuwe geest geeft als we wedergeboren zijn. ‘Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste …’ (Ez. 11:19). Verder zegt Ezechiël: ‘Mijn geest zal Ik in uw binnenste geven’ (Ez. 37:27). Wij moeten onderscheid maken tussen deze twee verzen. Geeft God Zijn Geest in ons wanneer we wedergeboren worden? Nee, Hij geeft ons eerst een nieuwe geest en vervolgens geeft Hij Zijn Geest aan ons. De ‘nieuwe geest’ is de geest van de mens terwijl ‘Mijn Geest’ de Geest van God is. Ten tijde van onze wedergeboorte schept God een nieuwe geest in ons, de menselijke geest, en vervolgens brengt Hij Zijn Geest in ons. Onze geest is als een tempel, een huis voor Gods Geest waar Hij in kan wonen. Voordat wij een nieuwe geest hebben, kan God Zijn Geest niet aan ons geven. Als Hij dat zou doen dan zou Zijn Geest geen geschikte woonplaats vinden. Tijdens de zondvloed was de aarde geheel bedekt met water. Gods oordeel trof de hele oude schepping. Toen de duif losgelaten werd kon ze nergens een rustplaats vinden. Pas toen de wateren terugvloeiden, het oordeel voorbij was, de oude schepping verdween, en de nieuwe schepping tevoorschijn kwam, gesymboliseerd door een olijfblad, vond de duif na opnieuw te zijn uitgezonden een plaats en keerde zij niet terug. Zo is het ook met de Geest van God. Door de eeuwen heen is God altijd bereid geweest ons Zijn Geest te geven. De geest van de mens is echter niet alleen verontreinigd en vol van zonde, hij is ook dood. De geest van de mens behoort bij de oude schepping; de geest heeft geen gemeenschap meer met God. Daarom is het niet mogelijk dat Zijn Geest in de mens komt wonen, zelfs al zou Hij dat willen. Wil de Geest van God in de mens wonen dan moet de mens wederomgeboren worden. Hij moet een nieuwe geest hebben zodat de Geest van God een geschikte woonplaats heeft. Jonggelovigen, jullie hebben een nieuwe geest, en de Geest van God woont ook in jullie. Die inwonende Geest zal jullie vertellen wat Gods wil is. De getuige woont binnen in u. Dit is een kenmerk van de gelovigen van vandaag: hij leert Gods wil niet alleen kennen door zijn omstandigheden maar ook door de Geest die in hem woont. Hij ziet niet alleen de hand van de Here in zijn omstandigheden maar de Here openbaart Zijn wil ook aan hem in zijn hart. Laten wij daarom vertrouwen op de leiding van de Heilige Geest in ons hart en ook in het feit dat Gods onze omstandigheden naar Zijn hand zet. Op het juiste ogenblik, op het moment waarop het echt nodig is, zal de Heilige Geest in u niet zwijgen maar u verlichten en u laten zien of hetgeen waarmee u geconfronteerd wordt van God is. Zodra iemand tot geloof gekomen is, kan hij geleid worden door de Heilige Geest. Hij hoeft niet tot later te wachten. Misschien herinnert u zich de geschiedenis van ‘De Inwonende Baas’. Toen ik eens aan het herstellen was op de Kuling Berg, werd broeder Yu gered. Kort nadat hij gered was vertrok ik. Deze broeder dronk veel voordat hij tot geloof kwam. Hij dronk vooral veel van zijn eigengemaakte wijn tijdens de koude Kuling winter. Maar nu waren zowel hij als zijn vrouw gered. Omdat hij de Chinese karakters niet goed kende kon hij de Chinese Bijbel ook niet lezen. Op een dag maakte hij een maaltijd klaar en verwarmde hij de wijn zoals hij dat altijd deed. Voor hij begon te drinken vroeg hij om Gods zegen. Toen vroeg hij aan zijn vrouw of een christen wijn mocht drinken. Zijn vrouw vertelde hem dat zij dat niet wist. Toen zei hij dat hij het jammer vond dat mijnheer Nee al vertrokken was, anders hadden ze het aan hem kunnen vragen. Zijn vrouw stelde voor om eerst maar te drinken omdat alles al klaar stond, dan zouden ze na de maaltijd een brief kunnen schrijven naar mijnheer Nee om het hem te vragen. En dus zegende hij het eten weer. Maar toch had hij er nog steeds geen vrede mee. Zij waren nu christen, en daarom vonden ze dat ze direct moesten weten of christenen wijn mochten drinken. Hij vroeg zijn vrouw de Bijbel te pakken, want ik had hem na zijn behoudenis een Bijbel gegeven met grote letters. Hij keek er naar en werd afgeschrikt door de dikte van de Bijbel. Hij vond het jammer dat hij mijnheer Nee er niet naar gevraagd had toen hij nog bij hen op de berg was.
Later ontmoette ik hem weer en ik vroeg hem wat hij die dag besloten had. Hij zei: ‘Ik heb de wijn niet gedronken. U was er niet en ik begreep de Bijbel niet. Maar nadat ik het eten driemaal gezegend had en dacht dat ik de wijn kon drinken, verbood de Inwonende Baas mij de wijn te drinken. En dus dronk ik het niet op.’ Deze geschiedenis illustreert dat als iemand echt met heel zijn hart de wil van God wil doen, hij ook te weten zal komen wat die wil is. Alleen de onverschillige gelovige zal nooit duidelijkheid hebben. Als een gelovige de wil van God echt wil doen dan zal de Inwonende Baas hem die wil zeker meedelen. Ziet u, dat is christendom. Er zijn niet alleen door de Voorzienigheid geregisseerde omstandigheden, maar we hebben ook de onderwijzing van de Inwonende Baas. Om Gods wil te kennen moet u iets weten van die innerlijke ‘intuïtie.’ U moet dat innerlijke gevoel echter niet teveel gaan benadrukken om niet tot introspectie te vervallen. Wat u alleen maar hoeft te weten, is dat Gods Geest in het binnenste van uw wezen woont, in uw geest. Daarom is het bewustzijn van de Heilige Geest niet oppervlakkig of ‘iets van buitenaf;’ het komt uit het diepste van uw wezen. Het klinkt niet als een stem maar toch is het een stem. Het is niet echt een gevoel maar toch ook weer wel. De Geest des Heren in u zal u meedelen wat Zijn wil is en ook wat niet Zijn wil is. Wanneer u het eigendom van de Here bent en luistert naar die innerlijke stem dan voelt u zich goed. Maar als u tegen die stem rebelleert of zich er tegen verzet dan voelt u zich niet op uw gemak. Gehoorzaamheid is leven voor de gelovige. Als u iets wilt doen maar u hebt er geen vrede over in uw hart, doe het dan niet. Telkens wanneer u geen vrede hebt weet u dat de Heilige Geest ergens aanstoot aan genomen heeft en niet tevreden is. Hoe kunt u blij zijn als de Heilige Geest in u bedroefd is? Als iets van de Here is, kunt u het doen met vrede in uw hart. Als het niet van de Here is, zult u geen vrede hebben in uw hart. Naarmate u het vaker doet zult u meer onvrede hebben en minder zekerheid. Echte leiding van de Here geeft u leven en vrede. U moet echter niet uw innerlijke gevoelens teveel analyseren. De afgelopen 20 jaar heb ik veel brieven ontvangen en heb ik zoveel mensen ontmoet dat ik met zekerheid kan zeggen dat christenen heel vaak hun innerlijke gevoelens proberen te analyseren.
Nadat zij gehoord hebben over de scheiding tussen geest en ziel gaan zij zichzelf elke dag onderzoeken. Zij worden innerlijk als het ware een laboratorium waar zij onophoudelijk onderzoeken wat goed is en wat niet. Dit is erg ongezond en een symptoom van geestelijke ziekte. Wij moeten Gods kinderen niet toestaan dit te doen. Juist omdat iemand een kind van God is, zal hij weten wat voor gevoel hij in zijn geest heeft. Als hij weet dat iets uit zijn geest komt, is dat genoeg. Als hij zijn gevoelens gaat analyseren dan moet hij daarvan afgebracht worden anders gaat hij dwalen. We hopen dat Gods kinderen dit soort praktijken uit de weg zullen gaan. Onderzoek niet onophoudelijk uw gevoelens. U hoeft dat alleen maar te doen als her niet genoeg licht is. Als er genoeg licht is, is er geen analyse nodig. U weet het dan meteen. Door de Geest van God krijgt u duidelijkheid. Als u God wilt gehoorzamen dan zult u in uw hart weten wat Zijn wil is.
3. De leer der Schrift
De wil van God wordt niet alleen geopenbaard in de omstandigheden en door de Heilige Geest. Zijn wil wordt ons ook bekend gemaakt door de Bijbel. In het verleden is Zijn wil vele malen bekend gemaakt en opgetekend in de Bijbel. Gods wil is altijd ‘één’, hetzelfde, in een bepaalde gelijksoortige situaties, er zij niet twee of tien of honderd of zelfs tienduizend verschillende ‘willen.’ Gods wil is één. Die wil is vandaag niet anders dan gisteren. Zijn wil blijft voor eeuwig dezelfde. Daarom moeten Gods kinderen de Bijbel kennen. Hierin zullen zij de openbaring van Gods wil vinden. Als God in vroeger dagen ergens een bepaalde mening over had, is die mening vandaag nog steeds hetzelfde. Wat Hij vroeger veroordeelde, veroordeelt Hij ook nu. Als Hij Zich vroeger ergens in verheugde, kan Hij Zich daar ook vandaag in verheugen. In de Bijbel openbaart God Zijn gedachten. God openbaarde vroeger Zijn wil aangaande vele volkeren en vele dingen. Dit is allemaal opgetekend in de Bijbel. Omdat Gods wil altijd hetzelfde is, zijn er al een aantal voorbeelden aanwezig in de Bijbel die ons laten zien wat die wil is. Het is absoluut onmogelijk dat God vandaag iets veroordeelt wat Hij volgens de Bijbel in vroeger dagen accepteerde. Zo zal ook de Heilige Geest ons vandaag nooit leiden om iets te ondernemen wat God al heeft verworpen in de Bijbel. De wil van God is één.
De wil van God wordt in de Bijbel veelvuldig en duidelijk geopenbaard. Het is geen boek dat ons alleen maar wat vertelt over de levens van een paar mensen of over een klein aantal zaken. Nee, de Bijbel is zeer uitvoerig en gedetailleerd. De Bijbel behandelt alles. Wanneer iemand de wil van God wil kennen dan moet hij de Bijbel lezen. Hij moet als een rechter zijn die de verslagen van vroegere rechtszaken bekijkt om vandaag tot een juiste beslissing te kunnen komen. De huidige beslissing van het hof is gebaseerd op de wetten van gisteren. Gods wil is al geopenbaard in de Bijbel. Door in het Woord te lezen kunt u nagaan wat God voor beslissingen nam in verschillende zaken, en zo komt u er ook achter wat God vandaag de dag wil. God verandert niet af en toe van gedachten. In Christus is het steeds ja en amen. Als God ergens een besluit over neemt dan voert Hij het uit. En hoe lang het ook duurt, Hij gaat door totdat het volbracht is. Om Gods wil te kennen moet u dus op z’n minst het absoluut betrouwbare Woord van God hebben. Aangaande vele zaken zult u al in staat zijn Gods wil te kennen door alleen maar in de Bijbel te lezen.
God zal vandaag de dag de dingen niet anders doen dan zoals Hij ze in de Bijbel deed. Zijn beslissingen kunnen toenemen in aantal, maar zij zijn nooit tegenstrijdig. Gods wil is één. Wanneer een jonggelovige de dingen van God wil weten moet hij veel in Gods Woord lezen. Omdat hij voor zijn bekering misschien nooit in de Bijbel gelezen heeft moet hij die nu heel aandachtig lezen opdat hij God en Zijn wil zal leren kennen.
Gods wil wordt openbaar in de overeenstemming tussen deze drie factoren
Deze drie factoren samen openbaren de wil van God – omstandigheden, de geest van de mens, en de Bijbel. Door het overeenstemmen van deze drie factoren leren we de wil van God kennen. Wat moeten we doen als we de wil van God zoeken voor een bepaalde situatie? Wanneer we zekerheid willen hebben moeten deze drie factoren allemaal het groene licht geven; ze moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Dan hebben we duidelijkheid over Zijn wil. Stel dat iemand u vraagt om samen met hem zaken te doen, of met elkaar samen te werken of samen op reis te gaan. Of stel dat u zelf iets wilt gaan ondernemen of om bijvoorbeeld een speciale relatie met bepaalde mensen aan te gaan. Of stel dat iemand u voorstelt een andere richting in te slaan die effect heeft op uw toekomst. Wanneer u geconfronteerd wordt met dit soort vraagstukken waar u een beslissing over moet nemen, hoe leert u dan Gods wil hierin kennen? Volgens de principes die u geleerd hebt moet u eerst naar de Here gaan en onderzoeken wat de Bijbel er over zegt. Heeft God in Zijn Woord iets te zeggen over deze specifieke zaak? Onderzoek het Woord om daar achter te komen. Dat wat overeenkomt met de leer van de Bijbel is Gods wil. Vraag vervolgens: ‘Hoe voel ik mij van binnen? Waar leidt de Here mij naartoe?’ Hebt u vrede in uw hart? U zult ontdekken dat wat de Here u in uw hart toont gelijk is aan wat de Bijbel er over zegt. Als de innerlijke leiding in uw hart niet in overeenstemming is met wat de Bijbel zegt, dan weet u dat uw innerlijk gevoel onbetrouwbaar is. U moet dan afwachten en verder zoeken. Alleen wanneer de innerlijke leiding en de leer der Schrift met elkaar in overeenstemming zijn weet u dat het goed zit.
Als deze twee hetzelfde zeggen dan kunt u uw hoofd oprichten en tegen de Here zeggen: ‘O Here, U openbaart Uw wil altijd in mijn omstandigheden. U zult mij nooit innerlijk leiden en mij met Uw Woord bevestigen maar vervolgens niet de omstandigheden zodanig regelen opdat deze hetzelfde zeggen. Here, wilt u mijn omstandigheden zodanig ordenen en sturen dat zij hetzelfde zeggen als de Bijbel en de Heilige Geest in mijn hart?’ Dan zult u gaan ontdekken dat God inderdaad Zijn wil openbaart in de omstandigheden. Als het niet Zijn wil is, kan geen enkele haar ooit zwart of wit worden, en geen must zou op de grond kunnen vallen.
4. Het principe van de gemeente
God heeft ons laten zien dat Zijn wil wordt geopenbaard in Zijn Woord, in de geest van de mens, en in de omstandigheden. Nu voegen we er één factor aan toe: Gods wil wordt geopenbaard door de gemeente. Er bestaat geen onafhankelijke leiding. Vandaag de dag verschillen Gods kinderen nogal van Zijn Oudtestamentische volk. In die tijd waren zij individueel het volk van God. Maar vandaag zijn wij Gods corporatieve of collectieve volk. Zij werden het volk van God als natie, terwijl wij het volk van God zijn als lichaam.
De hand kan zich niet bewegen zonder ook andere lichaamsdelen in de beweging te betrekken. Hoe kan de hand bewegen zonder dat ook het lichaam beweegt? Hoe kunnen de ogen niet zien maar het lichaam niet? Kunnen de oren horen terwijl het lichaam vervolgens niet hoort? Het horen van de oren is het horen van het lichaam; het zien der ogen is het zien van het lichaam. Hoewel de voeten wandelen wandelt het lichaam ook. Zo is ook alle leiding van God iets corporatiefs, niet-individueel; het gehele lichaam wordt er in betrokken. Het licht van God bevindt zich in het hele heiligdom; de heerlijkheid van God is daar ook. Wanneer de Gemeente van God als een heiligdom is, openbaart Gods heerlijkheid zich daar, want de heerlijkheid van God is in het heiligdom. Wij worden niet alleen individueel geleidt door God maar ook als lichaam, als lichaam van broeders en zusters. Het is niet zo dat één persoon beslissingen neemt; veeleer neemt het gehele lichaam de beslissingen. Wij moeten Gods wil ook leren kennen door het principe van gemeenschap.
Wanneer deze vier factoren op één lijn zitten is het goed. Gods wil wordt geopenbaard in omstandigheden, door de leiding van de Heilige Geest, in de Bijbel, en door de gemeente. Nadat men de eerste drie factoren heeft onderzocht moet men nog steeds de gemeente om raad vragen. God deelt Zijn wil niet mee aan slechts één persoon maar aan een lichaam, dat is aan alle broeders en zusters. Het is dus belangrijk dat men het groene licht krijgt van het getuigenis van de Heilige Geest in onze geest, van de Schrift, de omstandigheden, en tenslotte van de gemeente. Als ik de enige persoon op de wereld ben die gered is, zou het voldoende zijn als ik voor mezelf zeker weet wat Gods wil is. Maar er zijn vele mensen op aarde die gered zijn, en de Here zegt dat Hij in hun midden woont. Het principe van Matteüs 18 is dat ik moet luisteren naar de gemeente. In die passage in Matteüs 18 gaat het over een broeder die een andere broeder gegriefd heeft. De schuldige broeder moet op de hoogte worden gebracht van zijn verkeerde daad. Is het niet vreemd dat men het hem moet vertellen? Hij heeft wat betreft het opmerken van zijn verkeerd gedrag niet de die gevoeligheid die de andere broeder heeft. Omdat hij christen is, hoort hij de eerste te zijn die zich bewust wordt van zijn zonde. In plaats daarvan moet hij echter worden bestraft. Hem wordt verteld dat hij gezondigd heeft tegen een andere broeder maar hij is er zich helemaal niet van bewust. Zijn gevoel is tegengesteld aan dat van de ander.
Wanneer de broeder tegen wie gezondigd was om raad vraagt aan een paar andere broeders zijn dezen het er allemaal over eens dat de eerste broeder gezondigd heeft. Ze gaan vervolgens naar hem toe om hem te vertellen dat hij fout zit. Stel dat hij er dan toch nog steeds oprecht van overtuigd is dat hij niets verkeerds heeft gedaan. Soms verkeren mensen opzettelijk in het duister, maar deze broeder ziet echt niets. Wat moet men dan doen? De zaak moet dan aan de gemeente worden voorgelegd. De Here zegt dat als alle broeders en zusters van oordeel zijn dat de eerste broeder gezondigd heeft maar hij het dan toch nog niet inziet, men hem gelijk moest stellen met de heiden en de tollenaar.
Ziet u wat leiding is? Leiding betekent dat u de gemeente ziet. Dat is een geweldig iets. Als u een andere mening bent toegedaan dan het gehele lichaam, denk dan nooit dat u gelijk hebt. Denk niet dat het lichaam het mis heeft. U moet leren het oordeel van de gemeente te aanvaarden. Wanneer alle broeders en zusters ergens hetzelfde gevoel over hebben wees dan voorzichtig en zorg er voor dat u hun oordeel accepteert. Dit is een bijbels principe. Gods wil wordt geopenbaard in de gemeente. Om die reden zegt de Here Jezus: ‘… al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel’ (Matt. 18:18). De gemeente is de plaats waar Gods licht aanwezig is. De gemeente is Gods woonplaats. Het oordeel van de gemeente is het oordeel van de Here.
Zekerheid door overeenstemming van deze vier factoren
De Gemeente in Gods licht leren wandelen. Zij draagt een enorme verantwoordelijkheid. Als zij achteloos handelt vanuit het vlees in plaats van God te dienen in de geest, dan zal haar oordeel niet betrouwbaar zijn. De gemeente moet geestelijk zijn en de broeders en zusters moeten zich onderwerpen aan gezag. Dan zal de wil van God door deze vier factoren worden geopenbaard. Om Gods wil te kennen moet u zekerheid hebben wat betreft de leer der Schrift, zekerheid wat betreft Gods leiding in uw geest, en u moet Gods hand in uw omstandigheden zien, en tenslotte moet u de mening van de gemeente vragen en aanvaarden. Wanneer deze vier allemaal ‘ja’ zeggen, is de weg vrij voor u. U weet nu zeker dat u de wil van God doet.
De grootsheid van het kennen van Gods wil
Velen schijnen te denken dat het kennen van Gods wil een onbelangrijke zaak is. Maar laat mij u zeggen dat het iets zeer groots is om Gods wil te kennen, want wij zijn in Zijn ogen slechts kleine insecten. Al vele jaren verwonder ik mij er over dat wij kunnen zeggen dat we Gods wil kennen, wij, die vergeleken bij God slechts kleine insecten en wormen zijn. Ja, wij zijn als wormen zo klein, en toch weten wij wat God besloten heeft. Is dat niet iets groots? Is dat niet iets om in te roemen? Mogen jonggelovigen beseffen dat het iets groots is Gods wil te kennen. Na twintig jaar lang deze weg bewandeld te hebben weten wij iets van de grootsheid van het kennen van Gods wil. God vernederd Zichzelf om Zijn wil aan ons bekend te kunnen maken. Wij moeten ons voor Hem buigen en Hem aanbidden en deze kennis koesteren.
De
mens is zelf soms het probleem
Tot slot, zelfs als alle vier factoren een positieve indicatie schijnen te geven, hoeft het nog steeds niet onomstotelijk vast te staan dat men de wil van God gevonden heeft, want degene die zijn vertrouwen op methoden gesteld heeft hoeft zelf nog niet de juiste instelling te hebben. Hij moet uit de grond van zijn hart tot God roepen: ‘Here, ik ben Uw dienaar; Ik wil Uw wil doen.’ In het Oude Testament was er een gebruik waar de slaaf die zijn meester voor de rest van zijn leven wilde dienen zich aan moest onderwerpen. Men nam dan een priem en stak die door zijn oor in de deur (Deut. 15:17). Menselijk gezien mag dat wreed lijken, maar de Here maakt duidelijk dat wij het moeten doen. Wij moeten tot de Here gaan en zeggen: ‘Mijn oor is doorboord. Het is geopend opdat het hoort naar Uw Woord. Ik zal U dienen en ik zal Uw wil met vreugde doen. Ik smeek U met heel mijn hart dat ik U dienen mag, want U bent mijn Meester. Ik heb een sterk verlangen Uw dienstknecht te zijn. Laat mij Uw woord horen, laat mij Uw wil doen.’ Wij moeten tot de Here gaan en vragen of wij Zijn woord mogen horen. Onze oren zijn doorboord zodat wij naar Zijn woord luisteren. Wij wachten op het bevel van de Here; wij wachten tot Hij ons zendt.
Het baart me vaak zorgen dat velen Gods wil zoeken zonder die echt te willen doen. Zij willen de juiste methode weten. Zij schijnen Gods wil te beschouwen als kennis die men ongebruikt op kan slaan. Zij gaan tot God om Zijn wil te leren kennen, maar vervolgens gaan ze bij zichzelf te rade. Vergeet het woord van de Here Jezus niet: ‘Indien iemand diens wil doen wil, zal hij … weten …’ (Joh. 7:17). Laten we toch een echt verlangen in ons hart hebben om Zijn wil te kennen. Laat Gods wil ons tot voedsel en leven zijn. Laten we leren Zijn wil te gehoorzamen. Wanneer de persoon de juiste instelling heeft en als de methode goed is, dan heeft het ook werkelijk zin. Maar als de instelling niet deugt, is elke methode nutteloos en zonder effect. Wat me het meest zorgen baart, is dat mensen de methode voor het leren kennen van Gods wil willen leren kennen terwijl zij zelf tegen Hem rebelleren. Mag ik u eraan herinneren dat de christelijke weg een allesoverstijgende weg is. Wanneer u een warm hart voor God hebt en werkelijk de wil van de Here wilt doen dan zult u die wil ontdekken ook al weet u niets van de hierboven beschreven methoden. God zal Zijn wil bekend maken aan hen die niets van methoden weten. Het is een wonderlijk iets dat des Heren ogen over de gehele aarde gaan (2 Kron. 16:9). In het Hebreeuws betekent dit ‘over’ zoveel als ‘opnieuw kijken,’ alsof de eerste blik niet echt voldoende was. De ogen des Heren gaan over de gehele aarde om te zien of er iemand is wiens hart volkomen naar Hem (en Zijn wil) uitgaat. Aan zulk een mens zal Hij Zich openbaren. Vandaag mag u, met een hart dat volkomen naar Hem uitgaat tegen Hem zeggen: ‘Here, ik wil echt Uw wil doen.’ Laat mij u zeggen dat u, ook al weet u niets van de methoden af die Gods wil aan u kunnen openbaren, toch de wil van God zult kennen. God moet u Zijn wil openbaren. Hij moet Zijn hart aan u openbaren. Hij kan zelfs de bliksem in de lucht gebruiken om u Zijn gedachten deelachtig te maken. Geen enkele gelovige hoeft jaren te wachten voordat hij Gods wil kan leren kennen. Wij hopen dat alle gelovigen hun hele leven aan God overgeven van de eerste dag af. Het is beter dat zij hun hart aan God geven dan dat er afbreuk wordt gedaan aan de christelijke maatstaf.