Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd


Gods wegen met ons en onze transacties met God


Hoofdstuk 1 uit "Geestelijk Inzicht" - Door Watchman Nee


 

Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods. (Matt. 22:29)

 

En Hij zonderde Zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede! En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen. En Hij stond op van het gebed en ging tot zijn discipelen en Hij vond hen slapende van droefheid. (Luc. 22:41-45)

 

Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die drinke, uw wil geschiede ... En Hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende. (Matt. 26:42, 44).

 

... en ook om het buitengewone van de openbaringen. Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen. Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat Hij van mij zou aflaten. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. (11 Kor. 12:7-9)

 

Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het licht. (Kol. 1:9-12)

 

Hij maakte Mozes zijn wegen bekend, de kinderen Israël zijn daden. (Ps. 103:7)

 

En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hem: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet: En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal. (Matt. 2:4-6)

 

Maar één van hen, Kajafas, de hogepriester van dat jaar, zeide tot hen: Gij weet niets, en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat. Doch dit zeide hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk ... (Joh. 11:49-51).

 

Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. (Hebr. 8:10-11).

 

In het eerste Schriftgedeelte dat we hebben aangehaald zien we dat enkele Sadduceeën een paar dagen voor de dood van de Here Jezus Hem vragen stelden over de opstanding. Zij zeiden: “Nu waren er bij ons zeven broeders. En de eerste huwde en stierf daarop, en daar hij geen nakomelingschap had, liet hij zijn vrouw na aan zijn broeder. Eveneens de tweede en de derde tot de zevende toe. Het laatst van allen stierf de vrouw. Van wie van de zeven zal zij dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad.” De Here gaf hen een zeer duidelijk antwoord: “Gij dwaalt, want gij kent de schriften niet noch de kracht Gods.”

Ik wil dit gecompliceerde voorbeeld niet gaan verklaren maar ik zal uit dit vers twee zeer belangrijke principes halen die ons geestelijk leven aangaan. Het eerste is het verstaan van de Schriften en het tweede is het kennen van de kracht van God. Deze twee principes laten zien dat een christen twee soorten kennis moet hebben: ten eerste, kennis van de Schriften, en ten tweede, ervaringskennis van Gods kracht. Tegenwoordig zijn de kinderen van God die Hem werkelijk zoeken onderverdeeld in twee groepen: de ene groep kent de Bijbel maar heeft (bijna) geen weet van Gods kracht; de andere groep weet weinig van de Bijbel maar kent wel de kracht van God. Je ziet bij christenen hier zelden een goed evenwicht. Ik zal het niet gaan hebben over het belang van deze beide punten; het is veeleer mijn bedoeling tegen iedereen te zeggen dat het niet genoeg is de Bijbel goed te kennen, maar dat wij ook de kracht van God moeten kennen. Ik ga er van uit dat u de Schriften kent, sta mij daarom toe uw aandacht van dit punt te verschuiven naar het punt van de kennis van God. Kennis van de Schriften alleen is niet genoeg; we moeten God zelf kennen. Maar om Hem te leren kennen moeten wij omgang met Hem hebben; we moeten “zaken” doen met Hem. Wij moeten Gods hand in ons leven toelaten. Als we geen zaken met Hem doen en als we niet verwachten dat Hij zal handelen in ons leven dan zullen we geen kennis van God verkrijgen. Want de wijze waarop wij kennis van God verkrijgen is door de omgang met God en door Gods handelen in ons leven. Er is geen andere manier. Dat moet een ieder van ons ter harte nemen.

 

 

Het hebben van Bijbelkennis is niet zo waardevol als het kennen van God

 

Wij herinneren ons dat er op een dag mensen in Jeruzalem kwamen die overal vroegen: “Waar is de Koning der Joden, die geboren is?” Ze trokken rond en stelden deze vraag aan de mensen die ze tegenkwamen. Herodes hoorde dat en maakte zich daar zorgen over. Hij liet alle overpriesters en schriftgeleerden bij zich roepen en probeerde van hen te weten te komen waar de Christus geboren zou worden. Was er toen Herodes die vraag stelde onder de priesters en schriftgeleerden ook maar één die zei dat hij eerst naar huis moest gaan om de Schriften te onderzoeken, of dat hij vergeten had zijn Bijbel mee te nemen? Nee, in plaats daarvan citeerden zij direct de profeet en zij antwoordden: “Te Betlehem in Judea.” Hieraan kunnen we zien hoe goed hun Bijbelkennis was. Toen de vraag aan hen gesteld werd konden ze meteen antwoord geven. Gaven zij een verkeerd antwoord? Nee. Maar nu komt het verrassende: toen ze dat antwoord hadden gegeven maakte niet één van de overpriesters of schriftgeleerden aanstalten om naar Betlehem te gaan. Ze wisten precies waar Hij geboren zou worden maar toch gingen ze niet naar Betlehem; ze vertelden alleen aan de wijzen uit het Oosten dat ze naar Betlehem moesten gaan. Zij gedroegen zich als de verkeersagent die de mensen aanwijzingen geeft maar zelf op zijn post blijft. Hoewel hun kennis uitmuntend was gingen ze niet op zoek naar de Messias. Het kan zijn dat de wijzen hadden gelezen in het boek Daniël dat er iemand geboren zou worden die de Koning der Joden zou worden, en dat ze daarom een lange reis maakten om de Here te vinden. Is het niet vreemd dat degenen die weinig Bijbelken­nis hadden zo ijverig zochten naar de Koning der Joden, terwijl degenen die veel Bijbel­kennis hadden Hem niet zochten? De wijzen, die een lange reis hadden gemaakt om de Here te vinden, vonden Hem uiteindelijk. Het is dus mogelijk dat mensen die alleen Bijbelkennis hebben God niet kennen. Dit blijkt niet alleen zo te zijn bij de geboorte van Christus maar ook bij de dood van Christus. Was het niet Kajafas die profeteerde: “... en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat” (Joh. 11:50)?

Maar wie veroordeelde de Here Jezus uiteindelijk tot de dood? Wie anders dan Kajafas en zijn schoonvader Annas? Hieraan kunnen we dus zien hoe nutteloos het is als men Bijbelkennis heeft zonder daarnaast ook God te kennen. Door de profetieën van Jeremia sprak God steeds weer opnieuw: “Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven ... Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen” (Jer. 31:33, 34). Het is niet genoeg alleen verstandelijk de Bijbel te kennen; die kennis moet ook in het hart worden geschreven. Wanneer het in het hart geschreven is resulteert dat in kennis van God. Wij hopen dat broeders en zusters zich gaan realiseren hoe ontoereikend verstandelijke kennis van de Bijbel is. Wij moeten er ook naar streven kennis van God te verkrijgen. Het is betreurenswaardig dat er vandaag maar weinigen zijn die God echt kennen. Broeders, het kan zijn dat wij regelmatig naar Bijbelkennis luisteren terwijl wij God nog steeds niet kennen. Wie alleen maar wat Bijbelkennis bezit is als iemand die vecht met een wapen van stro. Hij zal met de wind meebuigen; hij heeft geen kracht om te strijden. Laat me deze vraag stellen: Wie kan vandaag zeggen dat hij weet wat Gods doel, Gods zienswijze, Gods wil, en Gods weg is?

Ik zeg vaak dat het kennen van God oneindig kostbaar is; het is met niets te vergelijken. Sommige mensen kunnen de Bijbel open doen en heel goed spreken over een bepaald Bijbelgedeelte, maar het is goed mogelijk dat zij God helemaal niet kennen. Ze kunnen misschien goed spreken maar God is een vreemde voor hen. Bijbelkennis moet leiden tot kennis van God. Dat is echter vandaag de dag niet het geval.

 

 

Hoe men God leert kennen

 

In de hof van Gethsemane bad de Here Jezus om er achter te komen wat de wil van God was. Gethsemane betekent oliepers of olijvenpers. De Here wist dat Hij daar de olie er uit moest persen. Hij knielde en bad: “Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet Mijn wil, maar de uwe geschiede!” (Luc. 22:42)

De Bijbel zegt ons dat Hij dezelfde woorden nog een tweede en een derde keer bad. Hij bad niet slechts één keer om vervolgens onbekommerd de zaak te laten rusten. Nee, Hij bad drie keer. En toen Hij opstond van Zijn gebed ging de Here naar Zijn discipelen en zei tegen hen: “Slaapt nu maar en rust. Zie, de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren” (Matt. 26:45). Toen Hij bad in de hof van Gethsemane zei Hij: “... indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan” (Matt. 26:39); maar toen Petrus zijn zwaard trok en de slaaf van de hogepriester het oor afsloeg zei de Here: “... de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?” (Joh. 18:11) Dus toen Hij bad scheen het nog onduidelijk te zijn of Hij de beker moest drinken; maar toen Hij opstond van Zijn gebed had Hij geen twijfels meer. Hij was steeds bereid geweest om hem te drinken, maar nu wist Hij dat Hij hem daadwerkelijk drinken moest. Door drie keer te bidden leerde Hij God kennen. Hij wilde niet zomaar iets aanvaarden maar Hij wilde God leren kennen door te onderhandelen met God in het gebed. Daar in de hof onderhandelde Hij met God en God hield zich op Zijn beurt bezig met Hem. En dan was daar die doorn in het vlees van Paulus. Ik zal niet proberen te verklaren wat die doorn nu precies was. Het is genoeg als wij zeggen dat het iets was dat hem ongemak bezorgde; het stak hem als een doorn. Hij zei ook dat die doorn een engel des satans was; het moet dus iets zijn geweest wat erg vervelend en hinderlijk was. Zonder de kracht van Christus kon Paulus deze doorn niet verdragen. Hij bad drie keer om de Here te vragen deze doorn weg te nemen. Maar de Here zei tegen hem: “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid” (11 Kor. 12:9). Hij had nu duidelijkheid in deze zaak. Bad hij een vierde keer? Nee. Want bij de derde keer had de Here tot hem gesproken en Zijn woord had de zaak beslist. Paulus ging bij het nemen van beslissingen niet op zijn eigen inzichten af; hij ging veeleer in gebed tot God om zekerheid te krijgen aangaande de wil van God in deze zaak.

Als we kijken naar de ervaringen van onze Here en de apostel Paulus dan kunnen we daar een principe in ontdekken: als iemand God wil leren kennen dan moet hij leren transacties aan te gaan met God; tevens moet hij God toestaan handelend op te treden in zijn leven. Bij veel christenen is er een komen en gaan van problemen zonder dat God hen er iets mee heeft kunnen leren. Zij weten niet waarom Hij hen deze moeilijkheden geeft. Deze mensen lezen de Bijbel en blijken wel wat licht en kennis te hebben, maar zij weten niets van Gods gedachten. Het is duidelijk dat hun kennis niet toereikend is. Geliefden, om die reden moeten wij transacties aangaan met God en Hem laten werken in ons leven. Dan zullen wij Hem waarlijk leren kennen.

 

 

In de praktijk

 

Laat me u een voorbeeld geven. We hebben allemaal een bepaalde zonde die ons parten speelt. Sommigen hebben het daar moeilijk mee terwijl anderen door die zonde ten val worden gebracht. Er zijn er die hun trots niet kunnen overwinnen. Anderen kunnen hun jaloezie niet overwinnen. En weer anderen kunnen hun opvliegendheid er niet onder krijgen. Sommigen kunnen de wereld niet overwinnen. En er zijn er die de lusten van het vlees niet kunnen overwinnen. Iedereen heeft zijn eigen speciale zonde. Men is zich van die zonde bewust maar men is niet in staat die zonde te overwinnen. Iemand leest op een dag in Romeinen 6:14: “... de zonde zal over u geen heerschappij voeren,” en in Romeinen 8:1-2 leest hij: “zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods.” Hij is nu in het bezit van Bijbelkennis, maar hij kan zijn zonde nog steeds niet overwinnen. De waarheid die hij bezit heeft in de praktijk geen uitwerking. Ik ben bang dat er vele broeders en zusters onder ons zijn die dit probleem kennen. Wanneer een andere broeder die zijn zonden ook niet kan overwinnen hem om hulp vraagt, dan zal hij misschien lang kunnen spreken over hoe men overwinning over de zonden kan krijgen, maar zelf zit hij nog vast aan de zonde. De broeder die om hulp vroeg gaat naar huis met wat verstandelijke kennis over de leer van de overwinning over de zonde, zonder daarna daadwerkelijk overwinning over de zonde te ervaren. Dit betekent dat veel mensen alleen maar wat Bijbelkennis vergaren; God heeft niet gewerkt in hun leven en dus kennen ze Gods kracht niet. Hoe leren wij door Gods werkingen in ons leven God dan kennen? Een voorbeeld. Stel u raakt snel geïrriteerd. U brengt deze zaak in gebed voor Gods aangezicht. Tegelijkertijd vraagt u aan iemand hoe u deze zonde kunt overwinnen. Die broeder zal misschien iets zeggen in de trant van: je moet God vragen om net als bij het trekken van een rotte kies de wortel van de zonde van opvliegendheid te verwijderen uit je hart. (We zouden willen dat dit kon, maar we weten dat dit absoluut onmogelijk is. De zonde zal niet uit ons getrokken worden. Hoe harder men er aan trekt des te vaster bijt de zonde zich in ons vast! Dat advies zal ons niets helpen want het strookt in het geheel niet met onze ervaring.) Na dat advies bidt u tot God. In plaats van een ontworteling van de zonde te ervaren merkt u dat deze steeds dieper in u gaat zitten. Maar u bent iemand die God vreest. U gaat niet voorbij aan deze zonde die u niet kunt overwinnen. U wilt God er bij betrekken; u wilt er met Hem over spreken en u verwacht dat Hij gaat spreken. U gaat in het gebed tot God - niet één keer, maar twee of drie keer, om Hem te vragen wat er nu eigenlijk aan de hand is. God zal u dan de waarheid van Romeinen 6:6 laten zien: Hij rekent niet af met het lichaam der zonde maar met de oude mens. Hij trekt de wortel der zonde niet uit het vlees maar Hij nagelt de oude mens aan het kruis. Na een tijdje merkt u dat u opnieuw driftig wordt. U vraagt nu een andere broeder om hulp. Misschien zal deze broeder tegen u zeggen dat onze oude mens werd gekruisigd toen Christus aan het kruis stierf, zodat het nu voor u vast moet staan dat u gestorven bent; dàn zult u de overwinning behalen. U hebt nu weer wat nieuwe kennis opgedaan. Wanneer nu de verleiding komt staat het voor u vast dat u dood bent. Wie had ooit gedacht dat u ondanks het feit dat het voor u vast stond dat u dood bent nog steeds driftig wordt. Deze methode werkt niet. U overwint niet, hoewel de Bijbel duidelijk zegt dat u langs deze weg kunt overwinnen. Als u Godvrezend bent zult u opnieuw Gods aangezicht gaan zoeken. God laat u nu zien dat het “zichzelf dood rekenen” niet begint op het moment van de verleiding, maar dat u meer dan negentienhonderd jaar geleden al met Christus gestorven bent. U moet daarom met uw hart rusten in het volbrachte werk van Christus. Wànneer de verleiding ook komt, u weet dat uw oude mens meer dan negentienhonderd jaar geleden gestorven is. Hieruit volgt dat u zich niet aan een woord van God hoeft vast te klampen, maar dat u alleen maar hoeft te rusten in wat God al voor u gedaan heeft. Niet lang daarna verliest u echter door een verleiding weer uw geduld. Als u niet Godvrezend bent dan zult u het nu waarschijnlijk opgeven. Maar u vreest God en daarom kunt u niet tevreden zijn met alleen Bijbelkennis. U gaat opnieuw naar God en vraagt: “O God, Uw woord zegt dat mijn oude mens is gekruisigd met Christus; waarom kan ik mijn zonde dan nog steeds niet overwinnen?” U spreekt opnieuw met God. Hij zal u laten zien waarin u hebt gefaald. Misschien zal Hij u zeggen dat Hij u heeft laten vallen omdat u de verdorvenheid van uw vlees nog niet kent. U vertrouwt te veel op u zelf. En zo leert u weer een nieuwe les. Zelfkennis - ofwel, het zien van de verdorvenheid van uw vlees - maakt dat u uw vertrouwen in het vlees verliest en dat u God nederig vraagt of Hij u wil bewaren. Desalniettemin valt u met het verstrijken van de tijd nòg een keer. Omdat u God vreest gaat u opnieuw tot God om Hem te vragen: “Waarom kan ik mijn zonde nog steeds niet overwinnen? Het stond voor mij vast dat mijn oude mens gestorven is en ik zie ook hoe verdorven mijn vlees is; waarom val ik nu nog steeds?”

U bidt één, twee, drie keer, misschien zelfs vier of vijf keer. U smeekt God of Hij tot u wil spreken. Uiteindelijk geeft Hij u een openbaring. Hij laat u zien dat uw zonde slechts één vrucht is aan een boom. Net zoals de boom des levens iedere maand een ander soort vrucht draagt, zo produceert de wortel der zonde duizenden soorten vruchten. Er is één wortel, maar iedere dag komen er meer vruchten bij. U bent altijd aan het afrekenen met één bepaalde zonde maar u negeert andere zonden. Omdat de andere zonden gewoon doorgroeien doet u tenslotte ook weer die oude zonde. Terwijl u afrekent met uw drift ziet u de andere zonden over het hoofd. En terwijl andere zonden zich steeds meer beginnen te manifesteren steekt ook de zonde van drift al weer snel de kop op. U vergeet af te rekenen met uw trots en uw jaloezie, uw onreine gedachten, uw vele andere zonden. Hoe meer u zich richt op uw drift, en hoe harder u probeert deze zonde te overwinnen, des te meer zult u er door verslagen worden. Maar als u met alle zonden afrekent dan zal God u zegenen. Nadat u al deze kennis hebt vergaard neemt u aan dat u nu eindelijk voor altijd overwonnen hebt, en dat u daarom de rest van uw leven rustig zult kunnen genieten. Maar geheel onverwacht laat de zonde zich weer zien en u valt opnieuw. Nu spant het er om. Nu is het menens. U kunt dit niet zomaar door de vingers zien. U gaat opnieuw tot God en u vraagt Hem tot u te spreken. Nadat u één of twee keer gebeden hebt krijgt u een nieuwe openbaring: Hoe staat het met uw dagelijkse levenswandel nu u het overwinningsleven bent binnengegaan? God laat u hier zien dat het volbrachte werk van Christus zijn werk allen blijft doen in u als u de gemeenschap met Hem onderhoudt. Hij laat u zien dat uw bidden en Bijbellezen minder zijn geworden, dat u elke morgen te laat opstaat, en dat er zodoende iets mis is met uw dagelijkse gemeenschap met Hem. God zegt niet dat het werk dat Christus aan het kruis volbracht tekortschiet; Hij wil alleen maar zeggen dat wat Christus aan het kruis heeft volbracht levend moet worden gehouden in de gemeenschap met Hemzelf.

Na een paar dagen verliest u misschien weer uw geduld. Opnieuw gaat u in het gebed tot God en u vraagt Hem tot u te spreken. Nu laat Hij u misschien zien dat alles goed is met u maar dat u een bepaald gebod van Hem niet hebt gehoorzaamd. Het is misschien iets wat Hij van u verlangt. U bent al aangeraakt maar u verzint uitvluchten en stelt het steeds uit, met als gevolg dat Hij toestaat dat u uw overwinning kwijtraakt. Vanwege uw ongehoorzaamheid in deze zaak steekt uw oude zonde weer de kop op. Denk daarom niet mijn beste vrienden, dat u - omdat u maar één of twee keer ongehoorzaam bent geweest - overwinning over de zonde kunt verwachten. Ik heb vaak gezegd dat vertrouwen en gehoorzamen het geheim van overwinning is. Iedere zwakheid op het gebied van gehoorzaamheid, op wat voor punt dan ook, zal ongetwijfeld iemands geloof verzwakken.

 

 

De man die God kent

 

Als God met u aan het werk is geweest en u echte kennis van God hebt verkregen, dan zult u weten op welk punt een ander blijft steken. U kunt hem helpen omdat u zelf op dat punt misschien wel vijftig keer Gods hand in uw leven hebt ervaren. U spreekt niet alleen tot mensen over wat er in de Bijbel staat; u spreekt met hen over God. Er was eens een zomerconferentie die werd geleid door veel bekende mensen. Men zei tegen mij dat ik er eens heen moest gaan om te luisteren naar een prediker die zo goed sprak in die dagen. En dus ging ik er heen. Hij sprak op dat moment over hoe men vervuld kon worden met de Heilige Geest. De teksten die hij aanhaalde waren goed. Zijn illustraties waren prachtig, en zijn presentatie zat logisch in elkaar. Maar toen hij nog maar tien minuten gesproken had vroeg ik mijzelf af: is dit de vervulling met de Heilige Geest? Want ook al sprak hij goed, aan een paar amateuristische uitspraken was meteen te merken dat hij God in dit aspect niet kende. Hij wist niets van de vervulling met de Heilige Geest. Hieraan kunnen wij zien dat alleen kennis van de Bijbel ons geen kennis van God geeft, en het stelt ons ook niet in staat om over Hem te spreken. Wij moeten leren de weg van het kruis te gaan. Wij moeten Gods hand in ons leven toelaten; dat hebben wij nodig. De Here negeerde Gods wil niet omdat Hij toevallig de Zoon van God was. In plaats daarvan bad Hij één, twee, drie keer tot de Vader, totdat Hij kon zeggen: “... de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?” Ook de apostel Paulus bad totdat God tegen hem zei dat Zijn genade genoeg voor hem was. We weten dat de Korinthiërs Paulus niet begrepen. De brieven aan de Korinthiërs tonen ons zijn verdriet, en de brief aan de Filippenzen toont ons zijn vreugde. Van alle brieven van Paulus zijn het alleen deze twee brieven waarin Paulus veel van zichzelf laat zien. Maar ik lees liever Korinthiërs dan Filippenzen. De gelovigen in Korinthe begrepen hem helemaal niet. Zij beschuldigden hem van doortraptheid en zij beoordeelden zijn ziekte verkeerd. Hij eiste niet dat God zijn doorn weg moest nemen teneinde het gezeur van de Korinthiërs niet aan te hoeven horen. Hij zei alleen maar: “Driemaal heb ik de Here hierover gebeden, dat Hij van mij zou aflaten. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome.” Niemand zal ooit God leren kennen als hij geen transacties met Hem aangaat. Ik zei eens tegen een paar broeders dat er maar één manier is om te groeien in het geestelijk leven, en dat is door Gods hand in ons leven te ervaren. Als u God niet toe staat te werken in uw leven dan zult u niet verder komen. Als u alleen Bijbelkennis wilt vergaren dan hoeft u alleen maar hard te studeren en hulp te krijgen van mensen met Bijbelkennis. Maar als u werkelijk God wilt leren kennen dan moet u transacties met Hem aangaan en Zijn hand in uw leven ervaren; een andere manier is er niet. De ervaringen van hen die God waarlijk kennen vind ik zeer kostbaar. Uit wat zij zeggen kunnen wij opmaken hoe goed zij Hem kennen. Ik kende een zuster uit het Westen die echt wachtte op de wederkomst van Christus. (Merk op dat weinig Bijbelstudenten die de profetieën bestuderen weten hoe zij op de wederkomst des Heren moeten wachten!) Wanneer ik bij haar was wist ik meteen dat ik haar niet voor de gek kon houden want haar woorden maakten duidelijk hoe bekend zij was met geestelijke dingen. Ik herinner mij nog hoe ik op de laatste dag van 1925 met haar bad. Zij bad: “O God, laat U werkelijk het jaar 1925 voorbijgaan? Moet U met Uw wederkomst wachten tot 1926? Zelfs op deze laatste dag van 1925 vraag ik U of U vandaag terug wilt komen.” Ik begreep wat zij bad. Na een paar maanden kwam ik haar tegen op straat. Zij pakte mijn hand beet en zei: “Broeder, is het niet vreemd dat Hij nog niet terug gekomen is?” Deze woorden laten zien dat zij geen expert was op het gebied van de profetieën maar dat zij in plaats daarvan iemand was die gemeenschap met God had en die werkelijk wachtte op de wederkomst des Heren. Zij kende God. Zij was een expert op het gebied van de wederkomst des Heren. Op een dag ontmoette ik een andere zuster. Ik dacht dat zij een beginneling was in geestelijke zaken. Maar na een kort gesprek merkte ik dat zij een expert was. Zij was iemand die transacties aanging met God en God werkte in haar leven. Op een dag ontmoette ik in Peking een oudere gelovige. Hij had niet veel Bijbelkennis en hij werd ook niet bewonderd om zijn praktische levensstijl. Maar hij kende God goed. Tijdens ons gesprek zei hij: “Christus is voor alles verantwoordelijk.” Hoewel zijn gezin erg arm was waren hij en zijn vrouw erg gelukkig. Hij verklaarde dat ondanks vele moeilijke problemen in zijn leven, Christus voor ieder afzonderlijk probleem de verantwoordelijkheid op Zich nam. Dus vroeg ik hem: “Wat is uw verantwoordelijkheid dan?” “Ik ben alleen verantwoordelijk voor het zingen van lofzangen,” zei hij. Dit is precies wat Koning Josafat deed. Deze liet zangers voor het leger uitgaan om Gods lof te zingen (zie 11 Kron. 20). Verder vroeg ik hem: “U hebt alles prijsgegeven voor de Here. Hebt u daar spijt van?” Hij antwoordde mij ronduit: “Hoezo? U schijnt het niet te begrijpen: Christus is voor dit alles verantwoordelijk, niet ik.” Inzake het verantwoordelijk zijn van Christus voor alle dingen is het overduidelijk dat deze gelovige meer inzicht heeft dan wij. Dit is een les die wij van hem moeten leren. Hij is absoluut een expert in dit aspect van het geestelijk leven. Wat wij nodig hebben is niet alleen maar wat Bijbelkennis, maar kennis die wij van God zelf krijgen, in de omgang met Hem. O, alleen zij die Gods hand in hun leven hebben ervaren weten wat er wordt bedoeld met de wegen van God.

 

 

Wij moeten Gods hand in ons leven toelaten

 

God moet zowel uw omstandigheden op orde brengen als met uw zonden afrekenen. Laat u bijvoorbeeld de dingen die in uw familie plaatsvinden zomaar gebeuren? Of bidt u, als u al bidt, slechts één keer en niet vaker omdat u geen antwoord krijgt? Hoe kunt u dan ooit God leren kennen? Dat is niet de werkwijze van Paulus. Hij bad een aantal keren totdat de Here hem antwoord gaf. Als u één keer wilt bidden bid dan maar helemaal niet. U moet één, twee, drie keer bidden; en als u geen antwoord krijgt dan moet u tien keer bidden, of zelfs honderd keer, totdat God tot u spreekt. Wij moeten beseffen dat haast niet thuis hoort in het geloofsleven of in het gebed. Geloof doorstaat de test van de tijd. Als God niet geeft dan kunnen wij wachten tot wij honderd jaar zijn. Wij geloven tegen hoop op hoop. Abraham geloofde God (Rom. 4:18). Elisa zei tegen koning Joas dat hij de pijlen moest nemen en drie keer op de grond slaan. De koning sloeg maar drie keer met de pijlen op de grond en hield toen op. Daarom zei de profeet tegen de koning dat hij Aram maar drie keer zou kunnen verslaan, terwijl hij Aram helemaal had kunnen vernietigen als hij vijf of zes keer met de pijlen op de grond had geslagen (zie 11 Kon. 13:14-19). Zo is het ook met ons gebed; wij kunnen niet twee of drie keer bidden en vervolgens stoppen. Een dienstknecht van God zei eens: “Gebed is als het leggen van kaarten op een weegschaal. Je legt een gewicht van een ons op de ene kant van de weegschaal en je legt kaart na kaart op de andere kant van de weegschaal. De eerste kaart die er op wordt gelegd kan het gewicht nog niet omhoog beuren. Kaart na kaart wordt op de weegschaal gelegd maar die blijft staan zoals hij staat. Maar dan, misschien als u de laatste kaart er op legt, komt het gewicht eindelijk omhoog. E zo is het ook met het gebed. U bidt één, twee, drie keer, en nog een keer. Misschien is dit uw laatste gebed, en dan komt het antwoord. Daarom moeten wij leren transacties aan te gaan met God.

Wij moeten God vragen zich bezig te houden met ons sterfelijk lichaam, ons werk, onze familie, onze omstandigheden, en alles wat er in ons leven gebeurt. Ik kende een zuster die meer dan zestig jaar oud was. Zij beweerde dat niets in haar leven toeval was. Ik vroeg haar of het echt waar was dat er niets toevallig was in haar leven en zij zei bevestigde dat. Ik dacht: zij kan dat wel zeggen tijdens een preek of zo, maar het kon onmogelijk realiteit zijn. Een broeder was eens verkouden. Toen haar dat ter ore kwam schreef zij een brief naar deze broeder en vroeg hem daarin wat voor les hij door deze verkoudheid had geleerd. Ik dacht dat men iemand die tyfus had wel kon vragen of hij door deze ziekte instructies van de Here had ontvangen. Maar hoe kan men iemand die verkouden is vragen of hij iets heeft geleerd van God door die verkoudheid? Desalniettemin werd deze broeder echt door haar geholpen. Hij schreef terug en zei dat hij zich in het begin er niet veel zorgen om maakte, maar toen zij hem er naar vroeg werden zijn ogen geopend; God sprak tot hem en hij werd veranderd. Er was een andere broeder die ziekte in de familie had. De zuster schreef opnieuw en zij zei tegen hem dat hij deze ziekte niet zomaar moest toelaten maar dat hij zijn verantwoordelijkheid op zich moest nemen door te bidden voor de zieken in de familie. Deze broeder werd zeer geholpen door haar. Op een dag lag zij zelf ziek in bed. Haar medewerker was naar een andere plaats gegaan, haar kok was om de één of andere reden naar huis gegaan, en ze had geen geld meer. Zij vroeg God herhaaldelijk waarom zij juist nu ziek moest zijn. God liet haar toen zien dat deze ziekte niet van Hem kwam maar dat het een aanval van de vijand was. Daarom verklaarde zij: “Als ik zelf iets verkeerds heb gedaan dan kan ik ziek zijn, maar als dit een aanval van Satan is dan hoor ik niet ziek te zijn.” Zij had al vier dagen hoge koorts maar ze stond meteen op. Na dit voorval schreef deze zuster het volgende gedicht:

 

Tegen de vijand zeg ik altijd ‘Nee,’ tegen de Vader zeg ik ‘Ja,’

Opdat heel Zijn plan en raad

met succes volbracht kan worden;

Ik gehoorzaam Uw bevelen,

geef dan Heer gezag aan mij

Om te vervullen Uw eeuwig plan,

door de kracht Uws Geestes in mij.

 

Toen ze het gedicht klaar had liep ze naar buiten, ging aan het werk, en haar ziekte was verdwenen. In wat voor situatie zij ook verkeerde, deze zuster zag er altijd Gods hand in. Zij wist heel goed wat de overwinning van Christus inhield. Zij zei eens tegen mij: “O, als je de overwinning van Christus toch eens kende.” Ik kon met gemak in de Bijbel verzen vinden als Kolossenzen 2:14-15, die spreken van de overwinning die Christus aan het kruis behaalde, of Hebreeën 2:14, dat spreekt over hoe de Here Jezus door Zijn dood hem die de macht over de dood had heeft onttroond, of 1 Johannes 3:8, dat zegt dat de Zoon van God is geopenbaard opdat Hij de werken des duivels zou verbreken, of Openbaring 12:11, dat zegt dat de broeders Satan overwonnen hebben door het bloed van het Lam. Maar iedere keer wanneer ik deze zuster de overwinning van Christus hoorde noemen leek dit een speciale betekenis in haar leven te hebben. Dit was iets wat ik niet kon begrijpen.

Eens werd ik plotseling ziek toen ik bij haar thuis was. Ik had het toen niet alleen moeilijk op lichamelijk gebied maar ik had ook een aantal mentale problemen. Zij kwam naar me kijken en dus vertelde ik haar hoe ik er aan toe was. Maar iedere keer als ik wat zei keek ze mij indringend aan en zei: “Christus is Overwinnaar.” Ik zei toen: “Deze lichamelijke ziekte kan me niets schelen maar het zweet breekt mij uit als ik denk aan deze innerlijke lasten. Die moeten worden weggenomen.” Zij zei weer tegen mij: “Christus is Overwinnaar.” Ik zei: “Dat is niet waar. U kunt de overwinning van Christus over Satan claimen; u kunt de reinigende werking van het bloed claimen over de zonde; u kunt genezing van ziekten claimen omdat Christus onze zwakheden aan het kruis heeft gedragen. Aangaande al deze dingen kunt u zeggen: Christus is overwinnaar. Maar nu zit ik fout. Ik ben niet verzoend met God; hoe kunt u dan zeggen: ‘Christus is Overwinnaar’?” Nochtans stond zij er op dat Christus Overwinnaar is. Zij las mij twee verzen uit de Bijbel voor. Op dat moment werd het mij volkomen duidelijk. Op die dag begon ik de betekenis te verstaan van “Christus onze overwinning.” Voorheen bezat ik alleen kennis van de Bijbelse waarheid van de overwinning van Christus. Maar nu kreeg ik nieuwe kennis van God. Ik begon te zien dat de overwinning die ik tot op heden had een wapen van stro was dat totaal geen effect had. Ik besefte nu dat de overwinning van Christus allesomvattend is. Het omhelst overwinning over de vijand, onze zonden, onze ziekten, en over alle dingen. Omdat God herhaaldelijk met haar bezig was geweest wist deze zuster wat de overwinning van Christus inhield. En omdat zij God kende kon zij anderen helpen. Vandaag de dag schenken gelovigen weinig aandacht aan de Bijbel. Mag ik u vragen met welk van de zesenzestig boeken van de Bijbel u het meest bekend bent? Hoe triest is het dat veel christenen niet eens één Bijbelboek onder de knie hebben. Maar het is nog triester dat zij God niet op een reële wijze kennen. Als wij Hem willen leren kennen dan moeten wij niets zomaar laten gebeuren, of het nu iets in de familie is, iets met ons lichaam, of iets in onze omstandigheden. Wij moeten transacties aangaan met God. Wij moeten bidden totdat wij Zijn antwoord krijgen. Door transactie na transactie leren wij onze lessen totdat wij uiteindelijk God echt leren kennen.

 

 

Kennis van God en werk

 

Laat me ook een paar woorden zeggen tegen de werkers. Niemand kan voor God werken als hij God niet kent. Velen denken dat zij kunnen prediken nadat zij de Bijbel hebben bestudeerd in theologische seminaria. Laat mij deze vraag stellen: Als wij uitgaan om het evangelie te verkondigen gaan we dan de Bijbel uitleggen of de Heiland verkondigen? Gaan we het Woord verklaren of het goede nieuws vertellen? Ook al zijn deze seminaria vanuit idealistisch oogpunt gezien goed, zij kunnen mensen alleen maar de Bijbel helpen verstaan; de mensen leren er God niet door kennen. Vandaag de dag zijn er velen die de Bijbel kennen, velen zijn er die het Woord kunnen analyseren; maar hoeveel zijn er die over God kunnen spreken en over de wijze waarop we Hem kunnen leren kennen? Wanneer wij voor God willen werken dan moeten wij Hem eerst leren kennen.

Sommigen zeggen dat zij het werk van persoonlijke evangelisatie willen doen, zij hopen dat zij anderen het evangelie kunnen brengen; maar als zij daadwerkelijk met mensen in contact komen dan hebben ze niets te zeggen. Ja, waar kunnen ze over praten? Iemand kan alleen het woord prediken dat hem zelf bewogen heeft. Hij kan mensen alleen helpen met dat wat God in hem gedaan heeft. Wat kan iemand nu prediken als hij God niet kent? Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld. Er is een bepaalde zonde in uw leven die u blijkbaar nog niet losgelaten hebt. God raakt u steeds weer op dat punt aan. Altijd wanneer u bidt zal God over die zonde tot u spreken. Hij zal u niet laten gaan totdat met deze zonde is afgerekend. Wanneer u dan een broeder tegenkomt die zich in een soortgelijke situatie bevindt, dan weet u dat Bijbelkennis zijn probleem niet kan oplossen, want er moet met zijn zonde worden afgerekend. Maar als u uw eigen zonde niet zo erg vindt dan zult u de broeder die dezelfde zonde als u begaat vergeven. Door hem te vergeven vergeeft u eenvoudigweg u zelf; u kunt hem niet helpen.

Wanneer een broeder Gods corrigerende hand heeft ervaren betreffende het vroeg opstaan, dan zal hij tegen een broeder die laat opstaat zeggen: “Broeder, sta vlug op want het manna is al aan het wegsmelten.” Omdat God hem op dit punt heeft aangepakt is hij nu in staat anderen op dat punt te helpen. Prediken is het spreken over datgene waarin u Gods hand hebt ervaren in uw leven. Anders zult u, hoeveel u ook spreekt, niet in staat zijn anderen naar het punt te leiden waar u zich bevindt. Er is vandaag de dag zoveel gepreek met zo weinig resultaat, omdat de predikers zelf niets geleerd hebben van de werking van Gods hand in hun leven. Het is beter dat we onze mond niet open doen als het enige wat wij prediken de één of andere leer is - het resultaat van twee of drie uur een preek voorbereiden. Wij hebben drie of vijf jaar ervaring nodig van Gods hand in ons leven voor wij kunnen prediken. Als wij met een paar dingen in ons leven aan de slag gaan, dingen die elke dag voordoen, dan zijn wij in staat mensen te helpen die dezelfde problemen hebben. Weet u wat het verschil is tussen preken en getuigen? Preken kan mensen niet helpen, getuigen wel. U kunt een preek in elkaar zetten die de goedkeuring van de mensen wegdraagt, maar u kunt mensen niet met succes hun geestelijke loopbaan laten vervolgen omdat er geen fundament is. Het is als een leerling van de basisschool die een verslag probeert te schrijven van een reis die hij nooit heeft gemaakt. Met getuigen is het anders. Als u getuigt dan beschrijft u een werkelijk gebeurde situatie, alsof u dat waarover u aan het spreken bent in uw handen hebt en het laat zien aan de toehoorder. Misschien spreekt u niet vloeiend, maar u kunt het niet verkeerd weergeven. Want u beschrijft een werkelijke gebeurtenis die zichtbaar en tastbaar is. Daarom is het bij het werken met gelovigen en ongelovigen van het grootste belang dat wij transacties met God aangaan. Alleen dat waarin wij Gods hand hebben ervaren is echt; en daar worden mensen door aangeraakt als wij spreken.

Broeders en zusters, er zijn vandaag tienduizenden dingen die de aanraking van Gods hand nodig hebben. Wat is het jammer dat wij tot op vandaag zoveel dingen die Gods aanraking nodig hadden over het hoofd hebben gezien. Wanneer wij dag aan dag Gods wegen met ons leren aanvaarden dan zullen wij Hem na verloop van tijd kennen. Veel gelovigen rennen maar wat heen en weer om mensen om raad te vragen, maar zij zoeken Gods aangezicht niet; zij vragen Hem niet om raad. Dan is het ook geen wonder dat zij God niet kennen nadat ze al jaren gered zijn. Wat een ellendige toestand! Wij moeten God vragen wat wij met deze of gene zaak aan moeten vangen. Wij moeten zoeken totdat wij Gods wil kennen. Wij moeten niet slechts één keer bidden en dan stoppen. Ik zeg het nogmaals: Als u slechts één keer bidt dan is het beter voor u dat u maar helemaal stopt met bidden. Samenvattend wil ik zeggen dat luie gelovigen niet moeten verwachten dat zij God leren kennen. Ik wil ook nog wat zeggen tegen hen die de Here dienen: U kunt mensen niets laten voelen als u zelf geen pijn geleden hebt. Moge het zo zijn dat wij dagelijks zowel transacties leren aan te gaan met God als Gods hand leren toe te laten in ons leven. Zulke ervaringen zijn zeer kostbaar. Het kennen van God is meer waard dan het hebben van Bijbelkennis. Moge Hij ons zegenen.