Dit artikel is auteursrechtelijk beschermd


Het Belang van Gezag


Hoodstuk 1 uit 'Geestelijk Gezag' - door Watchman Nee 


 

 

   Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen. Want, als iemand goed handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar ook om des gewetens wil. Daarom brengt gij toch ook belastingen op; want zij zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten. Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie  tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toe komt. (Rom. 13:1-7)


   Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het  woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge. (Hebr. 1:3)


   Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods  mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de allerhoogste gelijkstellen. (Jes. 14:12-14)

 

   En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. (Matt. 6:13)


   En de hogepriester stond op en zeide tot hem: Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen u? Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zeide tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God. Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des  hemels. (Matt. 26:62-64)
 

 

Gods troon: gegrondvest op gezag


   De daden van God ontspringen aan Zijn troon, en Zijn troon is gegrondvest op Zijn gezag. Alle dingen zijn geschapen door het gezag van God en alle natuurwetten van het heelal worden in stand gehouden door zijn gezag. Vandaar dat de Bijbel het uitdrukt als 'alle dingen dragen door het woord zijner kracht,' hetgeen betekent: alle dingen dragen door het woord van de kracht van Zijn gezag. Want Gods gezag vertegenwoordigt God Zelf, terwijl Zijn kracht slecht betrekking heeft op Zijn handelen. Zondigen tegen kracht is makkelijker te vergeven dan zondigen tegen gezag, omdat dit gelijk staat aan zondigen tegen God Zelf. God is de Enige die gezag in alle dingen heeft; alle autoriteiten op aarde zijn door Hem ingesteld. Gezag is een ontzaglijk iets in het heelal - er is niets wat daar boven uit gaat. Het is daarom voor ons die de Here verlangen te dienen, zeer belangrijk te weten wat het gezag van God inhoudt.

 

 

De oorsprong van Satan

 

   De aartsengel veranderde in Satan toen hij zich vanwege zijn ambitie boven Gods gezag stelde en wedijverde met God; daardoor werd hij de vijand van God. Rebellie was de oorzaak van Satans val. Zowel Jesaja 14:12-15 als Ezechiël 28:13-17 spreken over de zelfverheffing en de val van Satan. Het eerste Schriftgedeelte echter, legt meer de nadruk op het verwerpen van Gods gezag, terwijl het tweede de nadruk legt op het zondigen tegen Gods heiligheid. Rebelleren tegen Gods gezag is veel ernstiger dan zondigen tegen Gods heiligheid. Omdat  zondigen een zaak van gedrag is wordt zonde gemakkelijker vergeven dan rebellie; rebellie is namelijk een principiële kwestie. Satan wilde zijn troon boven die van God stellen en dat stond gelijk aan het omver werpen van Gods gezag. Het ging om het principe van zelfverheffing. De zondige daad van Satan was niet de oorzaak van zijn val; de daad was alleen maar het gevolg van zijn rebelleren tegen gezag. God veroordeelde zijn rebellie. In het dienen van God moeten wij niet tegen gezag in gaan omdat dit een satanisch principe is. Hoe kunnen wij Christus prediken volgens de principes van Satan? Toch is het maar al te goed mogelijk dat we qua leer aan de kant van Christus staan, terwijl we principieel gezien aan de kant van Satan staan. Het is heel verkeerd om dan te veronderstellen dat we het werk van de Here doen.
   Besef goed dat Satan niet bang is als wij het woord van Christus prediken, maar dat hij  wèl bang wordt als hij ziet dat wij ons onderwerpen aan het gezag van Christus. Wij die God dienen, moeten nooit dienen volgens de principes van Satan. Altijd wanneer het principe van Christus werkende is, verdwijnt gaandeweg het principe van Satan. Vandaag de dag neemt Satan nog steeds ten onrechte een positie in; hij zal neergeworpen worden als de dingen die het boek Openbaring beschrijft in vervulling gaan. Als wij God waarachtig willen dienen moeten wij volledig bevrijd en gereinigd worden van het principe van Satan.
In het gebed dat de Here de Gemeente leert wijst het zinnetje 'en leid ons niet in verzoeking' op het werk van Satan, terwijl 'maar verlos ons van de boze' op Satan zelf betrekking heeft. Direct na deze woorden doet de Here de volgende veelbetekenende uitspraak: 'Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen' (Matt. 6:13). Het Koninkrijk, alle gezag, en alle heerlijkheid, behoren alleen God toe. Het zien van deze kostbare waarheid - namelijk dat het Koninkrijk van God is - zal ons totaal bevrijden van Satan. Omdat God de Heerser is van het ganse heelal hebben wij ons te onderwerpen aan Zijn gezag. Laat niemand Hem Zijn eer ontnemen. Satan liet de Here alle koninkrijken van de aarde zien, maar de Here gaf hem ten antwoord dat het Koninkrijk der hemelen van God is. Wij moeten zién wie er werkelijk al het gezag heeft. Wij prediken het evangelie om mensen onder Gods gezag te brengen, maar hoe kunnen wij Gods gezag op aarde vestigen als wij ons zelf nog nooit echt aan gezag hebben onderworpen? Hoe kunnen wij dan ooit met Satan afrekenen?

 

 

Gezag: het punt waar alles om draait

 

   De strijd waar alles om draait in de wereld is het punt wie uiteindelijk het gezag zal hebben, en het conflict dat wij met Satan hebben is het rechtstreekse gevolg van ons toekennen van gezag aan God. Om Gods gezag te handhaven moeten wij ons er aan onderwerpen met heel ons hart. Het is absoluut noodzakelijk dat wij Gods gezag onder ogen zien en enige basiskennis van gezag hebben. Voordat hij wist wat gezag was probeerde Paulus de Gemeente te verwoesten; na zijn ontmoeting met de Here op de weg naar Damascus ontdekte hij dat het moeilijk was om met de voeten (menselijke kracht) tegen de prikkels (Gods gezag) achteruit te slaan. Hij viel onmiddellijk op de grond en erkende Jezus als Here. Na deze gebeurtenis was hij in staat te luisteren naar, en zich te onderwerpen aan de aanwijzingen van Ananias, want Paulus was met gezag in aanraking gekomen. Op het moment van zijn redding leerde hij zowel Gods gezag als Gods verlossing kennen. Hoe kon Paulus, een schrander en bekwaam persoon, luisteren naar de woorden van Ananias - een onbekende broeder die maar één keer in de Bijbel voor komt - wanneer hij niet met Gods gezag in aanraking was gekomen?
   Als Paulus niet met gezag in aanraking zou zijn gekomen op de weg naar Damascus zou hij zich nooit hebben onderworpen aan die onbekende, eenvoudige broeder in Damascus. Dit laat ons zien dat een ieder die gezag heeft leren kennen alleen met gezag rekening houdt en niet naar de mens kijkt. Laten we niet kijken naar de mens maar naar het gezag waarmee hij bekleed is. We gehoorzamen niet de mens maar Gods gezag in die mens. Hoe zullen we anders ooit leren wat gezag is? We zijn op de verkeerde weg als we eerst naar de mens zien en dan pas besluiten of we ons aan zijn gezag zullen onderwerpen. Het tegenovergestelde is de juiste weg. Dan kan het ons niet meer schelen wie de persoon is. God wil het gezag dat Hij heeft, tonen aan de wereld door de Gemeente. Gods gezag is te zien in de ordening van de verschillende leden in het Lichaam van Christus. God gebruikt al Zijn kracht om Zijn gezag in stand te houden; daarom is tegen Zijn gezag zo moeilijk weerstand te bieden. Wij die vol van eigengerechtigheid zijn en nochtans zó blind, moeten één keer in ons leven met het gezag van God geconfronteerd worden, zodat wij worden verbroken, wat tot gevolg heeft dat wij ons gaan onderwerpen en gaan leren ons te buigen voor Gods gezag. Vóór iemand zich aan Gods gezagdragers kan onderwerpen moet hij eerst het gezag van God zelf - het gezag dat Hij in Zichzelf heeft - leren kennen.

 

 

Gods wil gehoorzamen: de belangrijkste eis die in de Bijbel aan de mens wordt gesteld

 

   Het kruis dragen, dienen, offers brengen, of zichzelf verloochenen zijn niet de belangrijkste eisen die God aan de mens stelt. De belangrijkste eis die Hij stelt is gehoorzaamheid. God gaf Saul de opdracht de Amalekieten aan te vallen en hen volledig te vernietigen (I Sam. 15). Maar na zijn overwinning spaarde Saul Agag, de koning van de Amalekieten, en het beste van het kleinvee en van de runderen en lammeren. Saul wilde hen niet overgeven ter vernietiging; hij was van mening dat zij gespaard moesten worden om ze te kunnen offeren aan God. Maar Samuël zei tot hem: 'Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen' (15:22). De hier genoemde offers waren reukoffers - die niets te maken hadden met zonde, want het zondoffer werd nooit een welriekend reukoffer genoemd. Zondoffers werden gebracht om aanvaard te worden door God en om Hem te bevredigen. Waarom zei Samuël dat gehoorzamen beter is dan offers brengen? Omdat zelfs in het breng en van offers een stukje eigenwil aanwezig kan zijn. Alleen gehoorzaamheid eert de Here volkomen omdat het Gods wil als middelpunt heeft. Wanneer gezag uitgedrukt wil worden is onderwerping een vereiste. Wanneer men wil dat er onderwerping zal zijn, dan is het nodig dat het ik wordt uitgebannen; maar vanwege het zelfleven is onderwerping niet mogelijk. Dit is alleen mogelijk wanneer men in de Geest leeft. Het is de hoogste uitdrukking van Gods wil.

 

 

Het gebed van de Here in Gethsémané

 

   Er zijn er die denken dat het gebed van de Here waarbij Zijn zweet als grote druppels bloed van Hem af droop, zijn oorsprong had in de angst voor het drinken van de beker. Maar dat is in het geheel niet het geval, want het gebed in Gethsémané is gebaseerd op hetzelfde principe als in I Sam. 15:22. Het is de hoogste vorm van gebed, waarin de Here Zijn gehoorzaamheid aan Gods gezag tot uitdrukking brengt. Vóór alles gehoorzaamt de Here Gods gezag; dat is voor Hem belangrijker dan Zichzelf te offeren aan het kruis. Hij bidt ernstig om er achter te komen wat Gods wil is. Hij zegt niet: 'Ik wil gekruisigd worden, Ik moet de beker drinken.' Hij wil alleen gehoorzamen. Hij zegt bijgevolg: 'Indien het mogelijk is, laat deze beker aan Mij voorbij gaan,' maar zelfs hier heeft Hij niet Zijn eigen wil. Hij vervolgt direct met 'doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.'
De wil van God is absoluut; de beker (dat is de kruisiging) is niét absoluut. Als God niet gewild had dat de Here gekruisigd werd dan zou de Here niet naar het kruis hoeven te gaan. Voordat Hij de wil van God kende waren de beker en Gods wil twee verschillende dingen; maar nadat Hij wist dat het de wil van God was, gingen de beker en Gods wil in elkaar op; zij werden één. De wil staat voor gezag. Daarom is het kennen van Gods wil en het gehoorzaam zijn er aan, het zichzelf onderwerpen aan gezag. Maar hoe kan iemand zich onderwerpen aan gezag als hij niet bidt, of als hij geen hart heeft dat graag wil weten wat Gods wil is? De Here zei: 'De beker, die de Vader mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?' (Joh. 18:11). Hij stelt hier het gezag van God boven het kruis; Gods gezag is voor Jezus belangrijker. Verder zien we dat als Hij weet dat het drinken van de beker - ofwel het gekruisigd worden als zoenoffer - Gods wil is, Hij onmiddellijk zegt: 'Staat op, laten wij gaan' (Matt. 26:46). In het gaan naar het kruis volbrengt hij Gods wil. Hieruit volgt dat de dood van de Here de hoogste uitdrukking van gehoorzaamheid aan gezag is.
   Zelfs het kruis, het brandpunt van het heelal, kan niet belangrijker zijn dan Gods wil. De Here verdedigt Gods gezag nog meer dan Zijn eigen kruis (Zijn offerdood). In het dienen van God worden wij niet geroepen om ons zelf te verloochenen of om offers te brengen, maar veeleer om Gods voornemen te vervullen. Het principe waar het om gaat is het gehoorzamen aan Gods wil en niet het kiezen van het kruis. Wanneer in het principe volgens welk wij werken en dienen rebellie aanwezig is, zal Satan zelfs door ons brengen van offers eer verkrijgen. Saul offerde dan wel schapen en ossen, maar God accepteerde ze niet omdat er achter dit offeren een satanisch principe zat. Het verwerpen van Gods gezag is het verwerpen van God zelf. Daarom zegt de Schrift: 'Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim' (I Sam. 15:23). Gezag is het eerste waarmee wij als Gods dienaren in aanraking moeten komen. Het leren kennen van gezag - het geconfronteerd worden er mee - is net zo praktisch als het ervaren van onze redding maar het is toch een diepere les. Voordat wij kunnen werken voor God moeten wij neergeworpen worden door Zijn gezag. Onze hele relatie met God wordt beïnvloed door het al of niet omvergeworpen zijn door gezag. Als we neergeworpen zijn, zullen we overal waar we komen gezag aantreffen, en als God ons op die manier beteugeld heeft kan Hij ons beginnen te gebruiken.

 

 

Het handelen van de Here en van Paulus onder veroordeling

 

   In Mattheüs 26 vinden we de tweevoudig veroordeling die de Here onderging na Zijn gevangenneming. Door de hogepriester werd Hij religieus veroordeeld, en door Pilatus werd Hij politiek veroordeeld. Toen Hij werd veroordeeld door Pilatus gaf Hij geen  antwoord, want aardse rechters hadden geen echt gezag over Hem. Maar toen de hogepriester Hem bezwoer bij de levende God gaf Hij wèl antwoord. Dit is gehoorzaamheid aan gezag. En ook in Handelingen 23 waar Paulus werd geoordeeld, zien we dat Paulus, wanneer hij er achter komt dat het de hogepriester Gods is die voor hem staat, zich onmiddellijk onderwerpt. Hieruit blijkt dat wij, werkers, met gezag geconfronteerd moeten worden. Anders heerst het principe van Satan in ons werk en doen wij dingen zonder dat we het nodig vinden Gods wil inzake deze dingen te weten te komen. We laten ons dan niet leiden door het principe van gehoorzaamheid aan gezag. Wij kunnen echter alleen overeenkomstig Gods wil werken als wij gehoorzaam zijn aan gezag. O, hier is werkelijk een grote openbaring nodig! In Mattheüs 7:21-23 zien we de Here mensen berispen die profeteren, boze geesten uitdrijven, en vele krachten doen in Zijn naam. Waarom worden zij afgewezen? Omdat zij zichzelf - het 'ik' - als uitgangspunt nemen; zij zélf doen dingen in de naam van de Here. Dit is de werkzaamheid en de bedrijvigheid van het vlees. Daarom noemt de Here hen werkers der wetteloosheid in plaats van Zijn werkers. Hij benadrukt dat alleen de persoon die de wil van Zijn Vader doet het Koninkrijk der hemelen zal binnengaan. Werken in gehoorzaamheid aan Gods wil is alleen dàt werk dat zijn oorsprong heeft in God. Het is niet aan ons om werk te vinden; wij worden door God uitgezonden om werk te doen dat Hij voor ons uitzoekt. Wanneer we dit eenmaal verstaan hebben zullen we waarlijk de realiteit van het gezag van het Koninkrijk der hemelen ervaren.

 

 

Het zien van gezag vergt een grote openbaring

 

   In deze wereld zijn er twee belangrijke zaken: vertrouwen in Gods verlossing en gehoorzaamheid aan Zijn gezag. Vertrouwen en gehoorzamen. De Bijbel noemt zonde wetteloosheid (I Joh. 3:4). Het woord 'zonder' wet in Rom. 2:12, betekent het zelfde als 'tegen' de wet. Wetteloosheid is het ongehoorzaam zijn aan Gods gezag; en dat is zonde. Zonde heeft betrekking op onze wandel - ons gedrag - maar wetteloosheid is een houding van het hart. De tegenwoordige tijd wordt gekenmerkt door wetteloosheid. De wereld is vol van de zonde der wetteloosheid, en het zal niet lang meer duren voordat de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs zich zal openbaren. Het ondermijnen van gezag neemt in deze wereld steeds meer toe, totdat aan het einde alle gezag neergeworpen is en de wetteloosheid zal heersen. We moeten weten dat er twee principes werkzaam zijn in het heelal: het principe van Gods gezag en het principe van satanische rebellie. We kunnen niet God dienen en tegelijkertijd de weg van rebellie bewandelen door het hebben van een rebelse geest. Satan lacht als hij een rebels persoon het Woord ziet prediken want in die persoon is het satanisch principe werkzaam.
   Het principe van dienst aan God moet gezag zijn. Gaan wij  Gods gezag gehoorzamen of niet? Wij die God dienen moeten deze basiskennis over gezag hebben. Iedereen die al eens een elektrische schok gehad heeft weet dat hij niet achteloos met elektriciteit moet omgaan. Op de zelfde manier gaan bij een persoon die eens voor altijd door Gods gezag gebroken is, de ogen open voor alles wat wetteloos is in hemzelf en in anderen. Moge God ons genadig zijn door ons te verlossen van onze rebellie. Alleen als wij Gods gezag hebben leren kennen en geleerd hebben te gehoorzamen kunnen wij Gods kinderen helpen de rechte weg te bewandelen.