Mogen de eerste twee hoofdstukken van Genesis symbolisch worden verklaard?

 


 

Gelovige macro-evolutionisten hebben grote moeite met Genesis 1-11, dat zij absoluut symbolisch of allegorisch zullen willen verklaren. Daar ontkomen zij niet aan. Mogen zij de schepping (of evt. restitutie) symbolisch verklaren? Mogen zij in Adam een soort oerbeeld van de mens zien? Nee, dat mogen zij niet, en de reden daarvoor is een verkeerd gebruik van symboliek. Ook prof. dr. P. A. Siebesma, hoogleraar Hebreeuws en semitische talen, geeft aan dat Genesis 1-11 (proza) geen ruimte laat voor de evolutietheorie (zie deze korte lezing van Siebesma). Om dat te verduidelijken, gebruik ik hieronder een verhandeling van wijlen Oxford theoloog Robert Govett MA, die in de inleiding van zijn verklaring van het boek Openbaring (1861) kort het onderwerp symboliek behandelt, dat op heel de Bijbel van toepassing is.

Govett: ‘Wat is een symbool? De ware betekenis van het woord ‘symbool’ gaat meer en meer verloren omdat het woord steeds vaker achteloos gebruikt wordt, totdat het uiteindelijk niet veel meer lijkt te betekenen dan ‘belangrijk’ of ‘veelzeggend’. Wat zeggen de woordenboeken ervan? Johnson zegt: ‘Een symbool is dat wat in zijn beeld of beschrijving de vertegenwoordiging van iets anders bevat.’ Brown zegt: ‘Onbederfelijk zout was een symbool van vriendschap, en als het zout per ongeluk op de grond viel, werd dat als een slecht voorteken gezien dat betekende dat de vriendschap niet lang zou duren.’ Webster zegt: ‘Een teken, voorstelling of belichaming van om het even welk moreel object of idee, door de beelden of eigenschappen van natuurlijke dingen. De leeuw is het symbool van moed, en het lam is een beeld van zachtmoedigheid of geduld. Zo worden in de Eucharistie brood en wijn de symbolen van het lichaam en bloed van Christus genoemd.’ Deze definities kloppen wel, maar ik geloof niet dat ze volledig zijn. Ik zou zeggen: ‘Een symbool is (1) een zichtbaar object (2) dat is ontworpen om iets uit te beelden dat van een geheel andere aard is dan het symbool zelf.

1. Het moet een zichtbaar object (voorwerp) of beeld zijn. De sterren die Johannes zag, waren symbolen van de voorgangers van de gemeenten; de lampen waren symbolen van de gemeenten; en de vrouw in hoofdstuk 17 was het symbool van een stad. David N. Lord gaat tegen deze definitie in als hij zegt in An Exposition of the Apocalypse: ‘De stilte was symbolisch.’ De stilte was inderdaad betekenisvol, maar zij is geen zichtbaar object. Vervolgens zegt hij: ‘De periode van een symbolische handeling, dus de tijd waarin die handeling plaatsvindt, moet symbolisch zijn, net zoals de uitvoerder, het doel, het middel, de omstandigheden en de handeling zelf’ (pag. 515). Nee! De tijd is geen symbool want het is geen zichtbaar object, maar het kan wel door een zichtbaar voorwerp gesymboliseerd worden. ‘De drie ranken, dat zijn drie dagen’ (Gen. 40:12). ‘De zeven mooie aren, dat zijn zeven jaren’ (41:26). Volgens Hengstenberg zijn de winden in de Schrift ‘een symbool van goddelijke oordelen’. Nee! Omdat Johannes de winden niet zag, zijn zij niet symbolisch. Ondergeschikte of begeleidende delen van het ‘zichtbare object’ kunnen wel symbolen zijn. Zo is de rode kleur van het paard en van de draak een symbool van bloedvergieting en moord.

2. Een symbool moet ook iets uitbeelden dat van geheel andere aard is dan het symbool zelf. Als een zichtbaar object iets vertegenwoordigt dat in zijn aard gelijk is aan het object, is het geen symbool. De vier levende wezens zijn representatieve dieren, toonbeelden en oermodellen, geen symbolen. De zee van glas is een representatieve zee, geen symbolische zee. De woorden die Johannes in zijn beschrijving gebruikt, zijn niet symbolisch. Een symbool is een ding, een metafoor is beeldspraak - een woord dat in overdrachtelijke zin wordt gebruikt. Wanneer de Heiland de engel adviseert om ‘goud’, ‘klederen’ en ‘ogenzalf’ te kopen, zijn dat illustraties, geen symbolen. Johannes zag ze niet in een visioen; het waren gewoon woorden die naar geestelijke zegeningen verwijzen. Albert Barnes gaat tegen deze waarheid in als hij zegt: ‘Het woord Babylon en het woord moeder zijn symbolisch bedoeld’. Een symbool kan niet worden verklaard door een metafoor. Barnes denkt dat de eerste schalen werden uitgegoten in de eerste Franse Revolutie. Om zijn beweringen te ondersteunen refereert hij aan de beeldspraak die Edmund Burke gebruikte: ‘De koorts die brandt als de toorn van getergde Jakobijnen’; ‘de pest, die net zo snel om zich heen grijpt als de fanatieke geest van het proselitisme’. Maar een metafoor is figuratief spraakgebruik, en de zweren die Johannes zag aan de mensen waren geen symbolen. Zo zijn er ook velen die de stad Gods (het Nieuwe Jeruzalem) als een symbool bestempelen. Zij zeggen: ‘De stad Gods van de profeet (Ezechiël) is dus een beschrijving van de groei van de strijdende Gemeente tot geestelijke volwassenheid, en de stad van de apostel (Johannes) beschrijft de overwinning en heerlijkheid van de Gemeente in het Duizendjarig Rijk’. Men gebruikt symbolen omdat bepaalde dingen of personen ‘twee posities’ hebben: de positie of toestand waarin zij zich op dat moment bevinden, en de positie die zij in de toekomst zullen hebben. In zulke gevallen wordt het object letterlijk beschreven - overeenkomstig zijn eigenlijke (huidige) plaats en positie, maar ook symbolisch - ten aanzien van zijn toekomstige plaats en positie, of wanneer het object zich niet op de feitelijke locatie bevindt. De zeven gemeenten waren letterlijk op aarde, en dus worden zij daar letterlijk aangesproken. Maar zij hadden ook een representatieve plaats in de hemel, en daar worden zij symbolisch gezien als sterren en lampen. In hoofdstuk 11 lezen wij over de ‘grote stad’ Jeruzalem op aarde, en over de letterlijke daden die binnen haar muren gedaan worden. In hoofdstuk 12 zien wij dezelfde stad in de hemel, maar omdat zij daar ‘weg’ is van ‘haar plaats’, wordt zij als een vrouw weergegeven; de heerlijkheden die zij daar draagt zijn ook symbolisch. De vrouw in hoofdstuk 17 heeft twee plaatsen die beide op aarde zijn. De eerste keer zien wij haar als het geheimenis Babylon, en is zij niet daar waar haar plaats is. Maar in hoofdstuk 18 wordt zij beschreven als een letterlijke (fysieke) stad, want zij is teruggekeerd naar haar oude en letterlijke verblijfplaats aan de oevers van de Eufraat. Dit boek is een boek van keerpunten, dat in zijn profetische delen een periode tussen de bedeling der letter en die der geest beschrijft; daarom wordt het boek op twee verschillende manieren verklaard. Openbaring gaat over de twee volken van God, het volk van de letter en het volk van de geest, en uit Zijn handelingen met deze twee volken komen de letterlijke en symbolische fasen in het boek voort. Op verschillende plaatsen in Openbaring worden ‘vrouw’ en ‘ster’ beide letterlijk en symbolisch gebruikt. ‘Vrouw’ wordt letterlijk gebruikt in 9:8 (en zij hadden haar als vrouwenhaar), 2:20 (de vrouw Izebel), en 14:4 (die zich niet met vrouwen hebben bevlekt). De sterren zijn symbolisch waar Jezus hun betekenis onthuld, maar ze zijn letterlijk als wij ze uit de hemel zien vallen en als het derde deel van de sterren getroffen wordt. ‘Maar hoe weten wij wanneer wij de woorden letterlijk of symbolisch moeten nemen? Waarom zouden de wilde dieren in het vierde zegel letterlijk moeten zijn? En waarom zouden de wilde beesten in hoofdstuk 13 symbolisch moeten zijn?’ Dat is een goede vraag die gemakkelijk beantwoord kan worden. De vierde ruiter wordt uitgezonden om te doden ‘met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde’. Kunnen deze letterlijk genomen worden zonder dat het absurd klinkt? Jazeker, want dit zijn de vier zware oordelen van God waarmee in het Oude Testament letterlijk gedreigd wordt. Maar het zou absurd zijn om de twee wilde beesten in Openbaring 13 letterlijk te nemen, want zij handelen en spreken op een manier zoals geen enkel ander wild dier ooit heeft gedaan, of zou kunnen doen. Zij zitten op tronen, lasteren Gods naam en Zijn tent, bevelen de bewoners der aarde een beeld te maken, maken dat allen die hen aanbidden een merkteken krijgen, en verrichten wonderen. Zij zijn duidelijk intelligenter dan redeloze dieren, en dat bewijst dat de twee wilde beesten symbolisch zijn. Als wij zo te werk gaan voorkomen wij het ontstaan van extreme ideeën met betrekking tot zowel de letterlijke als de symbolische interpretatie van Openbaring’ (einde citaat). Het spreekt dus vanzelf dat de geschiedenis van de schepping zoals opgetekend in Genesis 1 en 2 nooit symbolisch mag worden ‘wegverklaard’. Dit betekent nog niet direct dat men niet niet bereid of in staat is zijn eigen verstand te onderwerpen aan (de juiste interpretatie van) het onfeilbare Woord van God, maar het betekent wel dat men onwetend is aangaande het juiste gebruik van symboliek. Iedere ware christen is bereid zijn verstand te onderwerpen aan het Woord van God. Maar Watchman Nee roept ons in zijn boekje The Mystery of Creation op om dat óók te doen als de wetenschappelijke ‘feiten’ in strijd zijn met het Woord van God. Hij zegt ons dat als de wetenschap iets leert dat tegen het geopenbaarde Woord van God ingaat, de wetenschap het bij het verkeerde eind heeft, hoe overtuigend het ‘bewijs’ ook moge zijn.

 

Aanvulling webmaster: 

 

Uit bovenstaande uiteenzetting over symboliek kunnen wij de volgende conclusie trekken: 

 

Als Adam echt een symbool is, in de absolute zin van het woord, kan hij geen historische figuur zijn, simpelweg omdat een symbool niet wezensgelijk is aan dat waarvan het een symbool is; het is van een geheel andere aard. Een mens kan geen symbool zijn van een mens ... Zeker, Adam is een type van Christus, maar dat is iets heel anders; dan gaat het slechts om bepaalde aspecten van Adam die in overdrachtelijke/geestelijke zin naar bepaalde aspecten van Christus verwijzen, maar Adam is niet Christus zelf. Hij is geen zinnebeeldige voorstelling van Christus als Persoon. Theïstische evolutionisten zien Adam als een oerbeeld of symbool van de mens, maar tevens als wezensgelijk aan ons mensen ... maar dan is hij geen symbool meer! Adam moet als een letterlijk mens direct door God geschapen zijn. Geloof je dat niet, dan kom je met veel dingen in de knoop. Want hoe leg je de hof van Eden dan uit, of de cherubs met het vlammende zwaard? Wanneer bijvoorbeeld Adam, de cherub, de hof enzovoort, in hetzelfde onderwerp beschreven worden, als gelijktijdig bestaand en deel uitmakend van dezelfde symbolische werkelijkheid, kun je niet naar believen Adam als symbool zien, de cherub letterlijk nemen, en bijvoorbeeld de hof weer symbolisch zien, enzovoort. Als Adam een symbool is, zijn alle andere dingen die in het scheppingsverhaal en bij de zondeval beschreven worden ook symbolisch en dus niet wezensgelijk aan dat waarvan ze een symbool zijn. Dan is de cherub een symbool, evenals zijn vlammende zwaard, de hof, de slang, de zondeval enzovoort. Maar als er een letterlijke historische Adam is, dan ook een letterlijke historische cherub, hof, slang, zondeval enzovoort. Wie in Adam een symbool van de mens ziet, moet ook aangeven waarvan de cherub met het vlammende zwaard een symbool is, waarvan de hof een symbool is, waarvan de poort van de hof een symbool is, enzovoort ... Wie dat wil proberen wens ik veel succes ... De val van Adam is het verhaal van u en mij, maar niet in symbolische zin doch in letterlijk-historische zin. Zoals van Levi gezegd wordt dat hijzelf Melchizedek zegende, omdat hij in zijn ongeboren staat in Abraham’s lendenen was, zo waren wij tijdens de zondeval in onze voorvader Adam toen hij zondigde. Vandaar de erfzonde en de erfschuld. Ook al zondigt een zondaar nooit in zijn leven, hij gaat toch verloren als hij zonder Christus sterft, omdat hij in Adam als zondaar geboren is. De dood is door de zonde in de wereld gekomen, maar als de zondeval van Adam als symbool van de mens pas later (voor wie in macro-evolutie gelooft) in een evolutionair proces in de wereld is gekomen, hoe kan de dood dan in de vroegste processen van een eventuele evolutie in de wereld gekomen zijn? Oftewel, eerst een lange evolutie zonder enige vorm van ‘dood’, en pas toen er gezondigd werd kwam de dood in de wereld? Romeinen 5:14 zegt echter dat de dood van Adam tot Mozes (en daarna) als koning geheerst heeft, maar vóór Adam is er geen sprake van de dood (als je de restitutieleer even buiten beschouwing laat). Er kan dus geen sprake zijn van de aanwezigheid van de dood tijdens een evolutionair proces. Maar volgens theïstische evolutionisten die in macro-evolutie geloven is dat wel het geval! Wie de letterlijke en historische schepping en val van Adam ontkent, en deze als een symbool van de val van de mens wil zien, doet m.i. de Schrift echt geweld aan. Er valt nog veel meer te zeggen over de schepping van de mens versus evolutie, zoals bijvoorbeeld het niet-stoffelijke deel van de mens (geest en ziel). Hoe wil een theïstisch evolutionist (welke variant dan ook) de scheppingsformule in Genesis 2:7 uitleggen? En de schepping of vorming van de vrouw? De mens Adam werd pas een levende ziel toen God de levensadem in zijn neus blies, aldus de Schrift. Toen Gods Geest de levensademen (meervoud) in de neus van de mens blies, kreeg de mens een geest, en door het contact tussen die geest en zijn stoffelijk lichaam werd de menselijke ziel gevormd. Als God dat pas in het laatste stadium van zijn vermeende evolutie deed, wat maakte hem dan tot een levende ziel vóór die tijd? Leefde hij daarvóór dan volgens hetzelfde natuurlijke levensprincipe als de rest van de levende wezens die zich tegelijk met hem ontwikkelden? Waarin verschilde hij dan van de rest van de levende wezens? Wat maakte hem in het begin dan tot de ‘kroon’ van de schepping? De ziel is de zetel van het zelfbewustzijn van de mens. Had de mens dan tijdens zijn zogenaamde evolutie vóór de inblazing van Gods Geest geen zelfbewustzijn? Hoe verklaar je dat? De ziel ontstond pas toen Gods Geest in zijn neus geblazen werd. Daarvoor had hij geen zelfbewustzijn. Hij was geen levend wezen, geen levende ziel. Tenzij men uitgaat van een evolutie van de ziel, maar hoe evolueert iets onstoffelijks? Daar komen geen biochemische processen aan te pas ... En welke rol speelde de Geest van God daar dan in? Nee, we lopen echt vast in allerlei onmogelijkheden als wij deze lijn willen volgen. Het mag dan allemaal geleerd klinken, in werkelijkheid is het de grootste kolder. De mens begon zijn bestaan direct nadat God hem een lichaam had bereid en de levensadem(en) in hem blies. Zijn pas gevormde lichaam kwam in contact met de Geest van God, en zo werd zijn ziel gevormd, wat hem tot een uniek schepsel van God maakte.

 

Om even terug te komen op de slang in de hof van Eden. G. H. Pember zegt op pag. 88 in Earth’s Earliest Ages: ‘Wij moeten overigens bij de slang in de hof van Eden niet denken aan het huidige weerzinwekkende en giftige reptiel dat wij instinctief verafschuwen, want hij was toen nog niet vervloekt. Hij stond waarschijnlijk rechtop, was intelligenter en misschien ook wel mooier dan alle andere dieren. Het is een opmerkelijk feit dat de oudste uitbeelding van de zondeval die bewaard gebleven is - een beeldje dat gevonden werd in de tempel van Osiris te Philæ - ons Eva toont die Adam de vrucht aanbiedt, de boom die tussen hen in staat en een rechtop staande slang bij de boom. Misschien hield hij zich staande met vleugels, immers, de toenaam ‘vliegende’ wordt toegepast op de slang of draak in Jesaja 14:29. Het Griekse woord voor ‘slang’ of ‘draak’ in dit vers is saraf, en dit betekent vurig of brandend. We zien hier dus een vliegende vurige slang (draak). Dit schepsel was in zijn ongevallen toestand vrij van gif, en het is niet onwaarschijnlijk dat hij vleugels had. Daarbij schitterden zijn schubben in de zon als gepolijst goud. Wellicht was dit prachtige wezen in Eva’s ogen de intelligentste van alle dieren en verkeerde zij daarom graag in zijn gezelschap. Al deze eigenschappen kunnen ertoe bijgedragen hebben dat de slang het meest geschikte dier was om Eva’s aandacht te trekken. Zij schrok niet toen de slang begon te spreken, en dat suggereert dat de dieren in hun ongeschonden staat misschien in staat waren met de mens te communiceren’.

 

Het is misschien goed om op te merken dat de grote rode draak in Openbaring als een kleinere vliegende draak (of slang) begonnen is in de hof van Eden. Hij maakte een ontwikkeling door - zoals dat met zoveel dingen in de Schrift het geval is. Hij begon in Genesis als een vurige slang of draak, en in Openbaring is hij uitgegroeid tot een grote draak. Natuurlijk is er een verschil. De draak in Eden was een letterlijke ‘draak’ of ‘saraf’; de grote draak in Openbaring is een symbolische draak. Het betekent dat de invloed van de duivel op aarde een ontwikkeling doormaakt. Zijn macht en invloed nemen steeds meer toe en daarom wordt hij in Openbaring als een grote draak weergegeven. Je mag hier echter niet zomaar uit concluderen dat de draak in de hof van Eden dus ook wel symbolisch zal zijn geweest, want de situatie waarin hij daar beschreven wordt, is letterlijk-historisch van aard, en niet symbolisch; zoals gezegd geeft de tekst in Genesis 1 en 2 geen enkele aanleiding deze symbolisch te lezen. 

 

Aanbevolen boeken:

 

Earth's Earliest Ages, door G.H. Pember

Fulfilled Journey, door Arthur en Beate Wilder-Smith